woensdag 17 februari 2016

Boot Holland

                       Als ervaringsdeskundige mocht ik een een paar dagen op de stand van Pollard staan. De Pollard 38 voet Coastliner lijkt erg op ons scheepje. Iets korter maar erg slim ingedeeld.

Leuk om te merken hoe enthousiast bezoekers reageren, al komen er ook wel zeurpieten op het schip.
 
Neem bijvoorbeeld  het 60+ echtpaar, wat casual gekleed, hij met een rode broek van het soort dat watersporters op die leeftijd menen te moeten dragen, zij in een glimmende zwarte broek waarvan gemorste koffie of een klodder mayonaise gemakkelijk kan afglijden. Op haar zwaar gevulde topje van gebreide mohairwol, hangt een sieraad dat het beste is te omschrijven als een vergulde W.C. trekker. Terwijl ze beide met kritische blik het interieur bekijken, hoor ik hen zeggen dat ze het helemaal anders zouden willen. Ik probeer hen duidelijk te maken dat iedere indeling in een Pollard door de klant bepaald kan worden, al zeg ik er dan bij, dat ze ook op de adviezen  en ervaring van de timmermannen moeten afgaan, die heel goed weten wat wel en niet kan.
Alsof ze niet hebben gehoord wat ik net zei, beginnen ze hun kritiek te spuien; 'De keuken is veel te donker en wij zouden hem nooit onder in het schip willen'. 'Het Franse bed was veel te groot en onhandig want je moet er van opzij in stappen via een trapje en dat is lastig als je een versleten knie hebt'. 'Wat moet je nou met zo'n grote tweede hut, wij varen alleen maar met ons tweeën.' Waarbij ik dan stiekem denk 'dat lijkt me wel het beste, want gasten houden het vast niet lang bij jullie uit'. 

Op mijn vraag of ze nu een schip hebben, krijg ik te horen dat ze een schip hebben waar alles veel beter aan is, waarop ik hen antwoordde dat ik me kan voorstellen dat ze liever in hun eigen schip blijven doorvaren en dat vooral moeten blijven doen. Terwijl ik hen met een vriendelijk gezicht en een klopje op de schouder het schip uit werk, word ik nog even bevreemd door de vrouw aangekeken, alsof ze het gevoel kreeg niet helemaal serieus bejegend te worden. 

Gelukkig zien de meeste bezoekers vrij snel hoe fraai de schepen zijn gebouwd en laten dat goed merken. Het strakke laswerk, de gebruikte materialen, de massieve en ronde afwerking van het interieur, de slimme en rijkelijk aanwezige opbergmogelijkheden, een gescheiden douche en toiletruimte, het zijn allemaal sterke punten, die een beetje geïnteresseerde direct opvallen. 
Ons eigen schip, de Nine Marit, ligt in de startblokken in het water en zo gauw het weer het toelaat varen we ermee. In de afgelopen winterperiode, hebben we  een paar keer een mooi tochtje gemaakt in de omgeving van Sneek. Wat is alles stil, en wat is dat lage licht prachtig vanaf het water. 

Het was weer een drukke en ik geloof ook een gunstige Boot Holland voor de Pollard werf. 
Nu eerst de voorbereiding op een langere tocht afmaken en de reis naar Denemarken plannen.
Ik hou U op de hoogte.

P.S. Het verhaal van het echtpaar in dit blogje is niet echt, maar geinspireerd door een aantal voorbij komende bezoekers met hun eigenaardigheden en berust derhalve niet op de feitelijke waarheid. 

IJs in de haven van de Domp in Sneek.

Winter bij de Holle gracht, Sneeker meer.

dinsdag 9 februari 2016

En weer terug zonder boot

De Povlakte waar we door reden op weg naar het tweede adres, Villa Tacchi bij Padova , heeft zijn naam eer aan gedaan. Het hemelwater kon geen kant op en vulde gaten in de weg. Het vocht in de lucht verdichtte zich tot een grijze mist waardoor we niet veel van het landschap zagen. Alles leek grijs en we vreesden het ergste voor onze tweede bestemming. Dat bleek niet terecht.
Midden in het vlakke land, slechts hier en daar onderbroken door wijngaarden, of een boerderij, was daar ineens Villa Tacchi. Een groots buiten in klassieke stijl met daarom heen een fraai aangelegd park.
 Volgens de manager was het hotel 'fully booked'.  Terwijl ze ons van top tot teen monsterde, melde ze dat er een probleem was. De voor ons gereserveerde kamer zou een formaat bed hebben waar wij niet in zouden passen. Dat klopte, een test-lig overtuigde me volledig, ik lag zowel van boven als van onderen klem. Door de knieën achter mijn oren de duwen kon ik me zijdelings wegrollend aan de wurggreep van het bed ontworstelen. Slapen in deze kamer was geen goed idee.
Na enig overleg kwam de manager met een ander voorstel. Voor €20 per nacht extra, had ze een groter bed en een grotere kamer voor ons. Als zuinige Hollander zat dat me niet lekker en ik zei dat ik dat geen goede deal vond. Ik begreep dat het vast zat op de betaling van de schoonmaakster. Uiteindelijk kon ze de kamer aanbieden voor de helft van het geld zodat we nu vorstelijk slapen in een suite met een groot bed en een ligbad. Bo vindt het goed, hij ligt lekker in zijn mandje en zijn brokken met wat extra vlees smaken hem als vanouds. 
Na een goede nacht werden we verrast door een stralende zon en de Dolomieten in de verte.
Een uitstekend ontbijt maakte het begin van de dag  tot een feestje. We zijn er inmiddels achter dat je de beste cappuccino in de meest eenvoudige bar langs de weg krijgt. 
Cittadella is een volledig ommuurde stad waar we vrij snel uitgekeken waren. 
Bassano del Grappa, was een interessantere plek. We zagen de oude houten brug, de 'ponte vecchio', uit de 13 e eeuw  die in de 16 e eeuw wel een keer opgekalefaterd moest worden, onder het toeziend oog van een beroemde architect, Andrea Palladio. De brug ligt over de rivier de Brenta, die zijn naam ontleent aan het gebergte dat bekend staat als de Brenta Gruppe.  
Leuke smalle straten, mooie oude huizen, gebouwen en pleinen. 

Onder een fris zonnetje bezochten we op de laatste dag  Piazolla, een dorpje op 16 km vanaf het hotel. Er was markt.
De kleding- en schoenen-stalletjes waren in grote getale aanwezig. Italiaanse mama's met permanent en gebloemde jurken onder donkere overjassen bekeken en betastten de uitgestalde waren. Tussen de stalletjes door kijkend ontwaarden we een Palazzo dat eveneens gebouwd werd door Andrea Palladio. Een gebouw dat qua grootte niet onderdoet voor paleis Soestdijk. Protserig versierd met tientallen manshoge beelden en een galerij als een trein met 20 wagons.
We waren er zo door geïmponeerd dat we onze plannen om later nog een aantal gebouwen van deze architect in Vicenza te bekijken, maar hebben overgeslagen. De geslaagde wandeling langs een meertje,  even zitten in het februari-zonnetje naast een paar bijenkasten en een fantastische lunch in een trattoria langs de weg waren een uitstekend substituut. 
Nadien de Migross bezocht. Een supermarkt van formaat. Het is altijd weer leuk om in een buitenlandse supermarkt rond te struinen, zeker als je van plan bent om lekkers mee te nemen voor thuis. 
Als toetje van de dag stond er nog een wijnproeverij op het menu. 
Daarvoor reden we bijna een uur over smalle bergweggetjes om uiteindelijk op een zuidhelling bij de wijnboer onze opwachting te maken. De boer heeft een wijngaard die zowel witte als rode wijn produceert. Met zijn welluidende naam, Pegararo, heeft hij een vermelding in een Italiaanse Slowfood wijngids, waar de man heel trots op is. Hij exporteert zijn wijnen niet en alles wordt door lokale wijnliefhebbers geconsumeerd en dat snap ik best, want de wijn was erg lekker. Het was even puzzelen om de 4 dozen wijn in onze auto te stouwen, terwijl Bo zag dat hij wat plaats moest maken en ons bestraffend aankeek. 
Nog een nachtje geslapen in het grote bed en Italië was al weer geschiedenis.
Met een tussenstop in een hotelletje bij Mulhouse zijn we zonder problemen weer in Sneek aanbeland. Een ervaring rijker en een gevoel lang weg weg geweest te zijn. 

maandag 1 februari 2016

Naar Italië zonder boot

Eigenlijk idioot om in januari 1200 km te rijden naar een hotel in het noorden van Italië.
2 dagen regen onderweg en eenmaal ter plekke een temperatuur om je jas bij aan te houden.

Het hotel is Italiaans ingericht, de bedden zijn te kort en het sanitair heeft een spiegel voor dwergen en andere kortbenige mensensoorten. De wc-rolhouder heeft last van impotentie waardoor het wc- papier aan de wandel gaat als bij  het uitrollen van de loper voor koninklijke gasten.
De douche is zo krap dat bij binnenkomst en sluiten van de deurtjes, de kranen spontaan voluit in werking treden, terwijl de temperatuur van het water lijkt op die van een nieuwjaarsduik in de poolzee. Er bestaat dus ook zoiets als de Italiaanse slag naast de Franse slag
.
Het is een charmant hotel en de ontvangst was allerhartelijkst. Het zou een oud landhuis zijn van een graaf die in de 19 e eeuw hier en daar wat plafonnetjes en schoorsteentjes uit een oud kasteel heeft gejat en in zijn optrekje opnieuw heeft ingebouwd.
 Het oudste deel zou dateren uit de 16 e eeuw en daar slapen we in. Heel romantisch met een bakstenen plafond, waar ik af en toe angstig naar opkijkt of er niet een steentje loszit dat me gedurende de slaap gaat verrassen als gevolg een neerwaarts traject door de altijd aanwezige zwaartekracht. 
En laat ik nog even doorgaan en met enkele kritische kanttekeningen: Italianen zijn idiote chauffeurs. Nauwelijks de grens over werden we in de St. Bernardtunnel  door een witte Fiat min of meer aangerand. Heftig knipperend en toeterend, zowat met zijn bumper op de onze, gaf hij te kennen gaf dat we 3 km te langzaam reden, maar vond het blijkbaar te riskant  ons te passeren over de doorgetrokken witte streep. 
Italianen, als geile hanen springen ze met hun opgevoerde mobielen op je achterklep, liefst ook nog luidkeels toeterend. Zelfs de kleinste Fiatjes brullen je, op gevaar van een frontale botsing met een tegenligger voorbij.
Bekaf en met het zweet in de handen, uitwijkend op paralelle wegen en vluchtstroken, hebben we tot nu toe de schade weten te beperken tot een nachtmerrie en een woedeaanval op een oud vrouwtje dat niet uitkeek bij het oversteken, en toch al bijna niet meer kon lopen. 
Teckel Bo vind alles prima. Staand tussen ons in op de middensteun, ondersteunt hij de chauffeur door op het juiste moment een blaf of een grom uit te delen aan iedere zich misdragende weggebruiker onder overigens enthousiast gekwispel. 
Kortom we genieten geweldig en oefenen ondertussen ons Italiaans aan de hand van opschriften, verkeersborden en advertenties langs de weg. 
Het moet gezegd, de koffie is grandioos, nooit een lekkerder cappuccino gehad en dat voor €1.30!
Aan de espresso moeten we wennen, het is als of je een klap tegen je kop krijgt wanneer je argeloos het donkere brouwsel zonder suiker probeert te consumeren. Thuis drinken we de espresso zonder suiker, hier is dat niet te doen. Merkwaardig genoeg zijn ook de kopjes veel kleiner dan in Nederland en zit er niet voor de helft koffie in. Dat doen ze denk ik express, zit hem in de naam vermoed ik. 
Vandaag hebben we op aanraden van de hotelier, een tochtje gemaakt. Eerst naar een meertje, dat we met Bo half hebben gerond, daarna zijn we op advies van een vriendelijk oude heer die goed Engels sprak het dal van Gressonnay in gereden. Een romantisch dalletje, al was alles nog wel erg bruin en de sneeuw-resten lieten zich eveneens niet van hun beste witheid zien. Het is triest maar waar, er is te weinig sneeuw om goed te kunnen skiën. De pistes lijken meer op pap en een spaarzame skiër die we langs de weg zagen keek niet blij. 
We weten nu ook hoe polenta smaakt.  De lunch die we in het romantische dalletje nuttigde bestond uit gele polenta met gesmolten kaas, de locale specialiteit. Deze kleverige, draden-trekkkende substantie was niet aan ons besteed. De smaak was laf, en eenmaal in de mond weigert de polenta achter onze tanden de normale weg te kiezen. Het lijkt me een uitstekend middel om een vervallen muur te repareren en ik heb getwijfeld of niet wat zou meenemen voor het plafond in in onze hotelkamer. De uiterst vette zware hap was volgens de kok met minder boter toebereid als gebruikelijk uit consideratie met ons. Advies, niet eten, maar meenemen in de doggybag en er een andere bestemming voor bedenken. 
Vanavond wordt het helemaal anders, eerst een wijnproeverij daarna een exquis diner, volledig in overeenstemming met de geldende Italiaanse culinaire normen.
We verheugen ons op dit diner, waarover later meer.