zondag 25 mei 2014

Steigerstories

Het is feest op de steiger. Achter ons hebben 3 vaartuigen van onbestemde origine de steiger bezet. Opa, oma, kinderen en kleinkinderen, de hele familie plus een hondje, zwart-wit gevlekt als een Friese koe. De uitgeworpen hengel om een visje te verleiden mocht niet baten. De pianosonates van Chopin, door ons misschien iets te luidruchtig vanaf ons achterdek verspreid maakte geen indruk op hen. 
De twee zusjes leken zo erg op elkaar dat ik ze aanvankelijk voor een tweeling hield. Bij nadere bestudering was het ene zusje duidelijk meer in het vet gestoken dan de andere en ook iets langer. Ik denk dat ze een jaar in leeftijd verschilden. 
Het was een gemoedelijk familiegebeuren, het jongste grut, voorzien van  zwemvestjes, werd regelmatig van de wal in de boot en weer eruit gesleept. Opa gunde zich een biertje in blik en er werden snacks en ander lekkers rondgedeeld. 
Onder luide gilletjes plonsden de meiden in het water elkaar nat spattend onder het toeziend oog van pa, ma en de grote broers, die niet veel zin hadden zich in het water te begeven. 
De wind die aanvankelijk westelijk was draaide binnen 10 minuten 180 graden naar het oosten. De zeewind  die ontstaan was door het opwarmen van het land werd vervangen door de heersende oostenwind die voorspeld was. 
Dit had wel tot gevolg dat we plotseling konden meegenieten van de pas aangestoken barbecue van twee andere steigergasten die een eindje verderop met hun scheepje lagen. Vanonder een parasolletje op het land in het hoge gras kwam een dikke petroleumlucht naar ons die de frisse weidegeuren verpestten. Van de geur van de iets gecremeerde worsten werden we eveneens niet blij.

Het steiger-leven is vol verrassingen. Bo vind het maar niks, al die mensen die langs lopen, vlak bij ons schip en laat dat goed merken door een grom en een ontstemde blaf. Correcties onzerzijds vanaf het voordek waar we een glas rosé dronken waren aan dovemansoren gericht.   

Inderdaad we liggen weer op onze geheime plek. Het blijft trekken, een plek waar je verliefd op bent. De rust werd dan wel even verstoord, maar na een uurtje of twee was de familie al weer op weg naar huis, drie motorbootjes pruttelend achter elkaar, de grootste als hekkensluiter.  

Morgen wordt het slechter weer, harde wind, regen, onweer, en misschien hagel. Althans die kans is er volgens het weermannetje. Waarschijnlijk valt het weer reuze mee, en mocht het zo zijn, we zitten binnen lekker droog en Nine Marit vind een beetje regen niet erg.
In het noord-westen kleurt de lucht paarsrood. De oostenwind sluimert langzaam in slaap. Een moedereend zwemt met haar 4 jongen in kiel-linie voorbij, heel rustig voort peddelend , alsof ze weet waar ze naar toe gaat, het onderkomen voor de nacht. 

  

zondag 18 mei 2014

Bombrekken

          Vijf wollige zwarte druktemakers zwemmen als schrijvertjes langs het riet, terwijl moeder meerkoet de rietstengels vlak onder de waterspiegel afgraast voor haar koters. Telkens krijgen ze wat in hun opengesperde bekje gestopt, de meest eisende pul als eerste. Een eenzame tafeleend met zijn prachtige bruin-witte-zwarte vederdek kijkt om de hoek van het riet naar ons schip. Nieuwsgierig komt hij even dichterbij en duikt onder in het zwarte water van de Bombrekken.   
Karekieten roepen hun karakteristieke lied. Misschien zijn de eieren gelegd of hebben ze al jongen.
Langzamerhand raken we ingeslingerd op de Nine Marit. Na de aanvankelijke onrust over al het nieuwe komen we tijdens het varen in een zelfde soort meditatieve stemming als tijdens het zeilen. 
Er was vandaag veel te zien, prachtig opgeknapte oude schepen, vers gelakt of geverfd uit de winterberging. Sloepjes met grijze koppen, het glas witte wijn en de nootjes voor het grijpen op het motorluik. Een enkele zeilboot die zonder motor het spaarzame windje probeerde te benutten. Het was een gezellige drukte op de Jeltesloot. Het Heegermeer spiegelde een veelheid aan varend materieel, traag voortglijdend in diverse richtingen. Eenmaal in de Yntemasloot en later op de Oudegaasterbrekken, kwamen we  steeds minder scheepjes tegen. Als van ouds is het hier rustiger, onaantrekkelijk voor diepstekende schepen, maar voor ons bekend terrein. In het laatste kwart van de vorige eeuw, was dit een gebied waar we vaak zeilden met de jongens. Met de Randmeer voeren we naar het Ringwiel en meerden dan af bij het kerkje van Sandfirden om daar een concert te bezoeken. 
Zoals Nienke terecht opmerkte; 'na een lange periode op groot water te hebben gevaren zijn we ineens weer terug op het vaarwater waar we in de jaren 80 zo vaak rond toerden'. Zo weinig veranderd en zo herkenbaar.
De plannen om langere en verder reikende tochten te maken, zoals we dat deden met de Friendship en de Hutting, beginnen te kiemen in onze gesprekken onder het varen, maar deze dicht -bij -huis -ervaring laten we ons niet ontgaan.  Morgen voor het eerst door Workum met dit schip. Een buitenommetje naar Stavoren was altijd al een geliefd stuk varen. 
Het weer overdag voelt aan als hoog zomer, nu in de avond is het fris. 
De deuren naar de kuip zijn dicht, Bo ligt lekker in zijn mand en de zon gloeit nog zachtjes na onder de horizon in het noordwesten.

donderdag 8 mei 2014

De Dode Hond



4 mei

We waren te laat, voor de doden-herdenking, het was al 5 minuten over acht. De twee minuten stilte misten we terwijl we zittend in de kuip luisterden naar een vogelconcert . Stilte gemengd met vogelgeluiden. We liggen aan de zuidwal van een eiland in het Eemmeer. Een eiland met de wonderlijke naam de 'Dode Hond'. Wij passeerden dit eiland al velen malen per auto op weg naar Utrecht, zonder te beseffen dat we er ooit zouden afmeren. 
De zon buigt moeizaam zijn laatste licht rond een wolk die met een vinger naar het oosten lijkt te wijzen.  De vele haften  en vliegjes die ons gedurende de tocht over de randmeren plaagden zijn zomaar verdwenen, alsof ze collectief besloten, dat het genoeg is geweest met de pesterijen.
Teckel Bo heeft zijn treurige blik van vanmorgen ingeruild voor een verwachtingsvolle nu het tijdstip voor de avondmaaltijd begint te naderen. 
Het eiland intrigeert me. Op de kaart ziet het er vreemd uit. Rondom het eiland staan dwars op de kustlijn lijnen getekend die suggereren dat er dammen zijn die tot in het water reiken. Dammen of pieren zoals langs het Noordzeestrand. Toen we  naar de westkant voeren op zoek naar een andere aanlegplek, was er niets van te zien. Zou het eiland misschien kunstmatig aangelegd zijn en zijn de pseudo-pieren een overblijfsel van de aanleg van het eiland?
Staan de dammen op de kaart voor de haren van de 'Dode Hond'?
Het is de dag van de dodenherdenking. Op onze kleine TV aan boord zagen we fragmenten van de gruwelen die tijdens de tweede Wereldoorlog gebeurden. De dood kwam even langs. 
Het eiland met de vreemde naam heette ons welkom. Ik weet niets van haar, niets van wat er voordien was. Dood en leven zo dicht bij elkaar. Ik wordt er stil van en luister naar de vogels die zelfs nu het donker is nog fluiten. 

Dode Hond
Eiland van Nederland
Dode Hond
Dode Hond
Locatie
LandNederland
ProvincieNoord-Holland
LocatieEemmeer
Coördinaten52° 17' NB, 5° 19' OL
Foto's
Eemmeer met eiland Dode Hond
Eemmeer met eiland Dode Hond
Portaal  Portaalicoon  Nederland

Uit Wikipedia 


Dode Hond is een kunstmatig eiland in het Nederlandse Eemmeer. Bestuurlijk gezien valt het onder de gemeente Blaricum (provincie Noord-Holland). Het ligt ten oosten van de Stichtse Brug (de Rijksweg 27 tussen Blaricum en Almere) en is het meest oostelijk gelegen stukje land in de provincie Noord-Holland. Het eiland is opgespoten tijdens de aanleg van de polderdijk van Zuidelijk Flevoland(omstreeks 1964 [1]).

Het natuurgebied is grotendeels onbegaanbaar. Er kan aangelegd worden met een boot, ook mag er beperkt overnacht worden. Het eiland maakt deel uit van het Natura 2000-gebied Eemmeer & Gooimeer Zuidoever.[2] Vele vogelsoorten en andere dieren kunnen hier ongestoord leven.

Naam[bewerken]

Op het eiland zijn borden waarop onder andere het verhaal van de herkomst van de naam 'Dode Hond' staat. Het verhaal gaat dat arbeiders, die bezig waren met de drooglegging van de IJsselmeerpolders een hond hadden. Deze ging plotseling dood en, om kosten te besparen werd het karkas niet naar hetdestructiebedrijf gestuurd maar begraven op het eiland. Als men, sinds die tijd, iets op het eiland moest, werd gezegd “Ik ga even naar de Dode Hond”. “En dat duurt tot op den huidigen dag”.[bron?]

Op een van de eerste door de Hydrografische Dienst gemaakte kaarten van het eiland heette het Daphnium[bron?] (Latijn voor watervlo). Vanuit de lucht heeft het ook de vorm van een watervlo. Later is deze naam niet meer terug te vinden en heeft het de naam Dode Hond gekregen.

In het nabijgelegen dorp Spakenburg staat het eiland bekend onder de naam 'Vogeleiland'. Dit heeft zijn oorsprong in het doel van het eiland als depot voor grond die vrijkwam bij de aanleg van de dijk van Flevoland. In die tijd vlogen veel vogels rond het eiland om in de pas gestorte grond naar voedsel te zoeken.

Bronnen, noten en/of referenties

zondag 4 mei 2014

De overkant en een andere kant

              De wind is nog koud, maar de lucht heeft die aangename frisse prikkeling van het voorjaar. 
Varend op de randmeren, zoeken we een plek om te overnachten. 
Het wordt de Eekt, een eilandje een kilometer voor Elburg. We vinden een mooie plek. Het schip ligt met haar neus in de wind en en we laten teckel Bo uit voor een plas en een poep. 
We wanen ons op een van de Zweedse scheren, een laag eiland met verwilderde vegetatie en een geheimzinnige vuurplek in het bos. Het kampvuur smeult nog na. De kinderen van de Optimisten-zeilschool hebben de plek keurig achtergelaten. Waggelend laverend en af en toe water scheppend, omdat ze niet snel genoeg naar de loefkant over sprongen, voeren ze weg in de richting van Elburg.
Nauwelijks is dit vrolijke schouwspel voorbij of er arriveren aan de overkant twee mannen in camouflagepakken, ieder in een eigen rubberboot met buitenboord-motor. Uit beide boten(erg groot zijn ze niet) komt een vracht aan spullen die op de tegenoverliggende wallenkant wordt uitgespreid. 
Het lijkt wel een militaire oefening van dienstplichtige soldaten. Ieder moment verwacht ik dat ze een putje gaan graven waar boven een gecamoufleerde tent wordt opgezet. 
Niet zo vreemd gedacht, want alle bagage op de wal is donkergroen. Met veel heen-en-weergeloop, groeien de spullen op de wal uit tot een nederzetting met twee tenten waarvan de ene tent verdacht veel lijkt op een paraplu, zoals gebezigd door hobby-vissers. Vreemd dat de opening van de paraplu niet op de waterkant is gericht.
Al ras staan er twee hengels uit, wat mijn diagnose 'hobby-vissers' bevestigt. 
Maar veel aandacht voor die hengels is er niet, zeker niet als ze beiden achter de paraplu naar de bomenrij kijken in plaats van naar de waterkant. Dus ik twijfel aan mijn diagnose. 
Zouden het geen echte vissers zijn en zijn die hengels een afleidingsmanoeuvre? Zijn het misschien twee biologen, vogelaars die boomkruipers bestuderen?
Heel merkwaardig was wel die actie met de rubberboot, waarbij de man in de boot, dat wat onder aan het hengelsnoer hing, iets wits en groter dan een blok kaas van een ons of drie, een eind verder op het meer in het water dropte om er vervolgens niet meer naar om te kijken. Ik snap er niets van.
Wat was dat voor een wit blokje? Het was zeker geen dobber, die is meestal rond. Zou het een meet-instrument kunnen zijn, iets om de snelheid van voorbijvarende boten te meten, of een  nieuw soort geur-sensor op het verlies van motorolie? Zijn het eigenlijk twee politieagenten?
Nu de duisternis valt zitten ze samen onder de paraplu. Ze hebben gegeten, de pannen zijn afgewassen en lijken nog steeds de bomen te bestuderen.  
Ik ben in verwarring en hoop te kunnen slapen
Het wordt koud vannacht. Ik wens ze toe dat ze een warme slaapzak hebben. 

Bij ons gaan de deuren dicht. Het was een mooie vaardag, Nederland vanaf het water. 
We zijn blij met ons schip, ze laat ons een andere kant zien, een kant die er altijd al was, maar die we ook een beetje vergeten waren.