zondag 4 mei 2014

De overkant en een andere kant

              De wind is nog koud, maar de lucht heeft die aangename frisse prikkeling van het voorjaar. 
Varend op de randmeren, zoeken we een plek om te overnachten. 
Het wordt de Eekt, een eilandje een kilometer voor Elburg. We vinden een mooie plek. Het schip ligt met haar neus in de wind en en we laten teckel Bo uit voor een plas en een poep. 
We wanen ons op een van de Zweedse scheren, een laag eiland met verwilderde vegetatie en een geheimzinnige vuurplek in het bos. Het kampvuur smeult nog na. De kinderen van de Optimisten-zeilschool hebben de plek keurig achtergelaten. Waggelend laverend en af en toe water scheppend, omdat ze niet snel genoeg naar de loefkant over sprongen, voeren ze weg in de richting van Elburg.
Nauwelijks is dit vrolijke schouwspel voorbij of er arriveren aan de overkant twee mannen in camouflagepakken, ieder in een eigen rubberboot met buitenboord-motor. Uit beide boten(erg groot zijn ze niet) komt een vracht aan spullen die op de tegenoverliggende wallenkant wordt uitgespreid. 
Het lijkt wel een militaire oefening van dienstplichtige soldaten. Ieder moment verwacht ik dat ze een putje gaan graven waar boven een gecamoufleerde tent wordt opgezet. 
Niet zo vreemd gedacht, want alle bagage op de wal is donkergroen. Met veel heen-en-weergeloop, groeien de spullen op de wal uit tot een nederzetting met twee tenten waarvan de ene tent verdacht veel lijkt op een paraplu, zoals gebezigd door hobby-vissers. Vreemd dat de opening van de paraplu niet op de waterkant is gericht.
Al ras staan er twee hengels uit, wat mijn diagnose 'hobby-vissers' bevestigt. 
Maar veel aandacht voor die hengels is er niet, zeker niet als ze beiden achter de paraplu naar de bomenrij kijken in plaats van naar de waterkant. Dus ik twijfel aan mijn diagnose. 
Zouden het geen echte vissers zijn en zijn die hengels een afleidingsmanoeuvre? Zijn het misschien twee biologen, vogelaars die boomkruipers bestuderen?
Heel merkwaardig was wel die actie met de rubberboot, waarbij de man in de boot, dat wat onder aan het hengelsnoer hing, iets wits en groter dan een blok kaas van een ons of drie, een eind verder op het meer in het water dropte om er vervolgens niet meer naar om te kijken. Ik snap er niets van.
Wat was dat voor een wit blokje? Het was zeker geen dobber, die is meestal rond. Zou het een meet-instrument kunnen zijn, iets om de snelheid van voorbijvarende boten te meten, of een  nieuw soort geur-sensor op het verlies van motorolie? Zijn het eigenlijk twee politieagenten?
Nu de duisternis valt zitten ze samen onder de paraplu. Ze hebben gegeten, de pannen zijn afgewassen en lijken nog steeds de bomen te bestuderen.  
Ik ben in verwarring en hoop te kunnen slapen
Het wordt koud vannacht. Ik wens ze toe dat ze een warme slaapzak hebben. 

Bij ons gaan de deuren dicht. Het was een mooie vaardag, Nederland vanaf het water. 
We zijn blij met ons schip, ze laat ons een andere kant zien, een kant die er altijd al was, maar die we ook een beetje vergeten waren.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten