woensdag 16 juli 2014

Naar het Zuidlaardermeer en Friesland

Wat een ruimte en wat een rust!
Uitkijkend over het Zuidlaardermeer gunnen we ons een boerennacht en een boerendag ofwel  met andere woorden, we zijn een nachtje en een dag blijven liggen. Gisteren hard gewerkt, vandaag alleen wat omhangen en boodschappen doen. Voorwaar een prettige plek om weer wat in het lijf te zakken. 
Zo makkelijk schiet ik door de ervaring van het varen door (te) smalle bruggen naar een plek waar ik niet wil zijn. De spanning in mijn nek, gegenereerd door het langdurig geconcentreerd sturen door de  bruggetjes sloop er langzaam bij me in. Lastig om dat eerst te registreren, daarna te erkennen en vervolgens los te laten. Pas toen ik het roer aan Nienke gaf, merkte ik geleidelijk dat er wat ten gunste veranderde in mijn lijf.
Iets waarvan ik dacht dat het voor haar misschien nog moeilijker is dan voor mij, blijkt haar prima af te gaan. Ze stuurt de Nine Marit feilloos door de bruggen heen en wil niet door mij geholpen worden met mijn aanwijzingen vanaf het achterdek om meer naar stuurboord of bakboord te sturen. Terwijl ik behoefte heb aan bevestiging en terugkoppeling of ik goed stuur en nog voldoende ruimte heb aan de stuurboordzijde, wil zij alles liever op haar gevoel doen zonder mijn corrigerende aanwijzingen. Een bocht invaren en tegelijkertijd het schip recht voor de brug leggen of afmeren naar achteren, gaat haar minder gemakkelijk af. Ze is nog niet helemaal vertrouwd met de manoeuvre-mogelijkheden door de combinatie van boegschroef en klapjes vooruit met het roer opzij, waardoor de kont van het schip een zijwaartse beweging maakt. 
De veel grotere zeilervaring van Nienke zit er van jongs af aan ingebakken en sturen op een zeilschip onder zeil kan ze beter dan ik. Als klein kind zag ze haar vader de boeier zeilen en al vroeg leerde ze de kneepjes van het fijnzinnig sturen op ieder zuchtje wind. Met kleine beetjes roer, lettend op iedere windschifting, wist ze, toen we zelf een zeilscheepje hadden,de Crabber-wedstrijd op het Heegermeer te winnen van de heren-schippers. Gefrustreerd, verslagen te zijn door een vrouw aan het roer, hebben de mannen de vrouwen-wedstrijd die gepland was voor de volgende dag afgelast. 
Pas laat in mijn jonge leven kwam ik in aanraking met het zeilen. Als 16 jarige meende ik met een vriendinnetje een Flits te moeten huren om indruk op haar te maken, terwijl ik nog nooit in een zeilboot had gezeten. Nogal overmoedig duwden we de boot onder vol tuig (we hadden de zeilen wel omhoog gekregen) van de kant. Een Flits is een klein zeilbootje en niet berekend op een ongelijke gewichtsverdeling. Nog geen 50 meter van de kant meenden wij  met ons tweeën aan dezelfde kant op het boord van de boot te moeten gaan zitten, klaar voor de te verwachten druk in de zeilen, zoals we dat wel eens op plaatjes van varende zeilboten hadden gezien. Echter er was geen wind en die kwam ook niet. Het resultaat was dat de boot omsloeg en wij allebei in het water lagen. Zwemmend hebben we de boot naar de kant geduwd, de boot leeg gehoost en opgeruimd om daarna op de brommer te stappen om de kleren te drogen. Met dat vriendinnetje is het nooit wat geworden. 

 Schade en Burgumermeer 
                                  Ons schip kan een stootje hebben, ze is stevig gebouwd. De tik  van de sluiswand die ze vandaag kreeg resulteerde in 2 deukjes in de stootlijst bij de boeg. Omdat  ik dacht dat het grote binnenvaartschip vóór ons inmiddels vast lag in de sluis en de schroef niet meer in het werk stond, voeren we met toestemming van de sluismeester de sluis binnen. Op het moment dat we ter hoogte van het achterste deel van het binnenvaartschip waren, werd zijn schroef nog even hard in het werk gezet, waardoor we zijdelings tegen de kadewand werden gekatapulteerd. De stootwillen konden het niet opvangen en onze boegschroef was niet opgewassen tegen het geweld van het zijwaarts kolkende schroefwater. De matroos zei dat hij nog niet klaar was met het vastleggen van de kont. De schipper moest daarom zijn achterschip nog meer naar de wal drukken. 
Het krasplekje op de punt van het zwemplateau dat we opliepen in een van de smalle sluisjes op de Veenvaart was blijkbaar niet voldoende als maiden-scratch. Was als regel de eerste kras op je nieuwe auto of schip niet een belofte voor een lang leven zonder verdere schade? Ik hoop dat de Nine Marit in de toekomst verschoond blijft van ernstiger schade. 
Het telefoongesprek met Jan Pollard stelde me gerust, het is eenvoudig te repareren. Gedurende de vakantie van de Pollardboys zullen we hen er niet mee belasten. 

Aan een steiger op het Burgumermeer is de rust wedergekeerd en hebben we ons verzoend met het gebeuren. Een glaasje Beerenburg heeft meestal wel een genezende werking op ons verstoorde gemoed.

De reis van de afgelopen weken was er een met hoogtepunten en dieptepunten. We genoten van de landschappelijk mooie plekken van midden en oost Nederland. Het samen optrekken met onze vrienden en hun motorboot gaf ons net dat extra steuntje om steeds meer vertrouwd te raken met het varen op binnenwater. De fouten die we maakten in het vaarverkeer, hebben we onszelf vergeven. Ook de fout die we maakten om vóór een ander schip een aanlegplek in te pikken die wat traag aan het draaien was. Mijn verontschuldiging kwam te laat, omdat ze verder voeren. 
Inderdaad, er waren een aantal kinderziektes, waarvan er één tot nu toe lastig te repareren blijkt, al verzekeren de mensen van Vetus ons dat het goed komt met de motor. Volgens vele nieuwe-booteigenaren hoort dat er gewoon bij. 
Terugkijkend op deze eerste langere trip hebben we veel geleerd, met een grote motorboot varen is iets totaal anders dan het varen met een zeilschip. Op ons zeilschip speelden we met de wind en werden we geleefd door de wind (Al hoewel, tijdens onze zeilreis naar de Lofoten hebben we vaak op de motor moeten varen omdat er geen wind was of wind uit de verkeerde hoek).   
Op onze motorboot zijn we druk met heel andere zaken . De motor is het levende hart, die het altijd moet doen. De dagelijkse controle sla ik dan ook nooit over. En wat te denken van al datgene wat van buiten invloed heeft op je vaargedrag; de grote binnenvaartschepen, de bruggen en de sluizen, de oevers met stenen, de kribben langs de rivier, de diepte en de breedte van het vaarwater, warrelingen en stroming in het water en niet te vergeten de gratis verkregen rommel in de schroef of de wierpot. Van de wind hebben we tot nu toe weinig last gehad, erg zijwind-gevoelig lijkt ons schip niet (we hebben niet veel harde wind meegemaakt op deze trip). 
We doen aan ervarend varen en we varen er wel bij. 
11 scholeksters hebben besloten om op de steiger te overnachten en maken ruzie wie op de beste plek mag slapen. In het westen klaart de lucht. De wolken trekken weg naar het oosten. Vaag lichten de eerste sterren op tegen de invallende duisternis.
Het wordt mooi weer.

zondag 13 juli 2014

Bruggen en sluizen parade


Van meerdere kanten hoorde ik dat een reis door Frankrijk vooral veel sluisjes-varen betekent. We zijn niet in Frankrijk maar in Drenthe en Groningen, iets dichterbij huis. Was de oude gracht in Utrecht al een beproeving in stuurmanskunst, de 'Veenvaart' door Drenthe kan in de boeken bijgeschreven worden als zenuwslopend en af en toe gekmakend. Op de nauwe vaartjes bad ik op mijn knieën voor het stuurrad geen tegenligger tegen te komen. 
Een mooi landschap, dat zeker, met de kunstwerken van opgegraven zwerfkeien uit de ijstijd op de  wallekanten, al denk ik dat je op de fiets meer ziet van al dat schoons. 
De route is bijzonder aantrekkelijk gemaakt voor de varensgasten, met plekjes aan de wal, van waar je een wandeling of een fietstochtje kunt maken. De Veenvaart is deels nieuw uitgegraven en op onze plotter,die een oudere kaart van dit gebied bevat, voeren we regelmatig over moerassen en veengronden in plaats van door het water. 
Een paar nieuw gebouwde en unieke sluizen brachten ons meters omhoog en omlaag. Een splinternieuwe dubbelsluis die in de Ardennen niet zou misstaan bracht ons 5 meter naar beneden en een 'spaarsluis' gebruikt via een waterbekken ernaast steeds hetzelfde water. Op mijn vraag hoe het werkte, antwoordde de enigszins onverstaanbare man dat het 'automatisch' ging, mij in lichte verwarring achterlatend. Ik vermoed dat hij alleen wist op welke knoppen hij moest drukken.

De vaarweg is te bevaren voor schepen die niet hoger zijn dan 3.75 meter en niet breder dat 4.80 meter. Op meerdere plekken had ik het gevoel dat ik mijn billetjes moest samenknijpen om de engte te passeren, niet meer dat een handbreed aan beide zijden van ons schip was ons gegund bij een paar sluis-doorgangen in het Veenpark. Nog langzamer dan in Utrecht, als was het een schildpad met rollator, angstvallig het midden houdend, lukte het om de Nine Marit vrij te varen. 
Bij een sluis met terugwijkende kanten, opdat er drie schepen naast elkaar kunnen liggen, was het lastig om naar buiten te varen omdat de sluisdeuren-opening veel smaller was dat de sluis zelf.

Een compliment is op zijn plaats voor de bruggenwachters en de sluismeesters. Door steeds te bellen naar de volgende brug c.q. sluis, of door zelf per auto of scooter naar de volgende brug te rijden, verliepen de bruggen- en sluizen passages uiterst soepel. 
Drenthe, land van bossen, moerassen, heidevelden, mooie boerderijtjes en idyllische dorpjes. 
Het was mooi en leerzaam. Met ter Apel als tussenstop gaan we richting het Zuidlaardermeer, en daarna richting Friesland. 
Een dag later.
We zijn zo'n 60 bruggen en een stuk of 10 sluizen verder. Ik heb ze niet allemaal geteld. Twee mannen op scooters waren vandaag met ons onderweg om alle bruggen te bedienen. En dat voor twee boten. Het leek wel op een ballet voor 4 dansers, twee op de wal en twee in het water, waarbij de scooter-boys elkaar om het snelst afwisselden wie de volgende brug zou bedienen. Het liep allemaal heel voorspoedig, al waren wij met ons brede schip wat in gebreke qua snelheid. De bruggen waren smal en de vaart was smal en ondiep, waardoor we gedwongen langzamer moesten varen dan onze voorligger die aanmerkelijk lichter en kleiner van afmetingen was. De scooterboys zeiden aan het eind van de bruggen parade, dat ze nu 3 uur nodig hadden om ons te begeleiden in plaats van 2 1/2 uur. 
Het sturen door de smalle vaart ging zo moeilijk dat ik dacht dat er wat mis was met het roer. Op het Zuidlaarder meer, een verademing na al het benauwende gekeutel, bleek er wat in de schroef te zitten. Hard vooruit en hard achteruit had niet het gewenste effect. Handmatig de rommel uit de schroef halen in ondieper water lukte niet. De moedige schipperse, die wel te water wilde gaan, kreeg het niet voor elkaar om bij de schroef te komen. Terugvaren naar de dichtstbijzijnde jachthaven bleek een gouden greep. De havenmeester haalde ons schip uit het water met zijn kraan. Een dikke bos plastic met touw en houten kralen had zich rond de schroefas geklemd als was het een apenbaby aan zijn moeder. Nu ben ik de laatste om een apenbaby van zijn moeder te willen scheiden, maar met dit stuk plastic had ik geen medelijden. Binnen een half uur was alles gepiept en Nine Marit verlost van een lastige verstekeling. 
Moraal: Ga niet te smalle en ondiepe wateren bevaren met een breed schip dat ook nog eens gehinderd wordt door een stuk dekkleed met touw in de schroef.  
We blijven bijleren, motorboot varen is alles behalve saai.

maandag 7 juli 2014

Door de oude gracht en op stroom

Z                         Van tevoren was ik er wel wat onzeker over en de waterkaart gaf niet de aanvullende informatie die ik wilde hebben. Door de oude gracht van Utrecht met een schip van 12 meter lang en 4.10 meter breed zou moeten kunnen volgens de mensen die ik ernaar vroeg. Er zijn16 bruggen, de meesten van het ronde-bogen-soort, waarvan op de waterkaart slechts staat aangegeven dat  ze minimaal 3.25 meter hoog zijn. Hoe breed de doorvaart is, staat er niet bij. 
We bellen toch maar even met de sluismeester van de Weerdsluis in het noorden van de stad. ' ja hoor, dat kan best' zegt de man met een buitenlands accent, dat mijn vertrouwen in een goede afloop niet erg bevordert. 
Uiteindelijk besluiten we te gaan. De vrienden die met ons opvaren hebben het eerder gedaan, al is hun schip bijna een halve meter smaller. In de sluis vergeet ik bij het afmeren de gashendel in de neutraal te zetten. De landvast blijkt ineens heel glad en nauwelijks op de bolder te beleggen, als ik probeer hem wat te vieren. Even schrikken, er staat toch geen stroom in de sluis? Nee, met de sluisdeur open is dat wat vreemd, kom ik wat laat tot de conclusie. Geen schade, gelukkig en het schutten verloopt vlekkeloos. 
Het feest kan beginnen. Met een snelheid die lijkt op die van een bejaarde schildpad, kruipen we naar de eerste brug, twee schepen gaan ons voor, waaronder het schip van onze vrienden. Met de extra bemanning (de zus van Nienke en haar oudste zoon stapten op de sluis aan boord), die we geinstrueerd hebben mede op te letten, schuiven we onder de eerste bruggen door.  
Bij de museumbrug wordt het lastiger, het is een tunnel met een knik erin. Van het felle zonlicht in het donker van de tunnel komend zie ik niet goed hoe ver ik van de wanden vaar. Het plafond is rond en ik ben bang om met het dak van het schip er tegen aan te schuren. Nienke geeft met kreten van af het achterdek aan hoe ver ik van de zijkant vaar. Met de boegschroef bijsturend lukt het om het schip in het midden te houden.  Eenmaal door de tunnelbrug kan ik even opgelucht ademen.
Op naar de volgende brug. Bij de sluis stond een bord dat men bezig was met restauratie-werken aan de beschoeiing. Ik zie dat bij een aantal bruggen de rechter boog is geblokkeerd door een ponton, waardoor ik onder de linker boog moet passeren. 
Uiterst geconcentreerd, ik zie nauwelijks iets van de fraaie kade met terrassen, waar de gasten ongetwijfeld  genieten van bier, rosé en ons moeizaam voortbewegen. We schuiven onder de bogen door, die allemaal ook nog eens van vorm verschillen, sommige Romaans, sommige meer Gotisch van vorm. Verraderlijk zijn de uitgebouwde muur-delen onder de brug die je pas op het laatste moment ziet. We raken heel even een houten paal met een stootwil, maar dat was het enige. De laatste bruggen waren eigenlijk het lastigste door de hoeken in het vaarwater. Zonder verder acrobatisch waterballet varen we de singel op, waar we op een prima plek afmeren. Zeilen op zee is m.i. eenvoudiger, misschien wel omdat we dat gewend waren. Dit was nieuw en razend spannend.
Over de fraaie stad Utrecht zal ik het niet verder hebben, behalve dan dat ik die ene Pizzeria in de Twijnstraat (nummer 65) aanbeveel, waar 3 vrolijke meiden de zaak runnen met een heuse hout-gestookte oven. In tijden geen betere pizza gegeten. 
De volgende dag varen we door naar Culemborg aan de Lek. Door de gigantische sluizen in deze waterweg stroomt het niet hard en we genieten van het rivierenlandschap. Langs de oevers staan koeien en paarden bij de waterkant. Een 5-tal varkens, blije varkens naar ik vermoed, wentelen zich in het loom stromende water tussen de kribben. Kinderen spelen bij de strandjes in het water.

Met een snelheid van ongeveer 10-11 km per uur varen we de volgende dag naar de kop van de IJssel. De sluis bij Driel is een makkie, maar bij het invaren van de IJssel gaat het even fout. We waren gewend aan de traag-stromende Lek en Nederrijn. Nauwelijks de scherpe bocht om, pakt de stroom ons en laat ons scheepje ineens 5 km harder lopen. 
Een binnenvaartschip dat we op de a.i.s. zagen aankomen, kwam erg snel dichterbij, en we zagen pas laat dat hij zijn blauwe bord had uitstaan.( Stroomopwaarts varend nemen binnenvaartschepen de binnenbocht om de sterke stroming in de buitenbocht te vermijden. Ze moeten dan aan hun stuurboordkant een blauw bord tonen) Het knipperlicht in het bord brandde zwakjes en was niet goed te zien in de felle zon. Te laat om naar de linker oever te gaan en hem stuurboord op stuurboord te passeren. We schrikken en houden de stuurboord wal, waar gelukkig nog voldoende ruimte over bleef. Even later roep ik de schipper via de marifoon op om me te verontschuldigen. 'Ach', zei de man, ' dat gebeurt wel vaker ik ben het gewend'. Verder op de IJssel komen we dezelfde situatie nog een paar maal tegen, maar dan weten we inmiddels hoe het moet. 
Al doende leren we steeds meer, en met wat snelle roerbewegingen lukt het me om de havenmonding van de Vispoorthaven  in Zutphen waar een sterke 'neer'stroom staat zonder schade binnen te varen. In de almanak van de ANWB wordt ervoor gewaarschuwd.
Het is onstuimig weer, zware buien met veel wind wisselen af met windstiltes en af en toe zon.
Zutphen is een mooie oude stad, waar we in de middag per ongeluk in een vesperconcert belandden. In de waan een mooi orgelconcert te gaan beluisteren, bleek het de bedoeling dat we actief met psalmen moesten meezingen en zouden overgaan tot religieuze bezinning na het voorlezen van bijbelteksten door de locale dominee. Niet direct waar we voor in waren na de schitterende tocht over de Nederrijn en de IJssel van de laatste dagen. 
Zutphen