maandag 18 mei 2015

Hollywood aan boord

Het is goed toeven in de Amsterdam- Marina bij de oude NDSM werf.
Omringd door leuke alternatieve restaurantjes, vervallen scheepshellingen en een opstapplaats voor de pont die je in een kwartier bij het centraal station brengt, ontdekten we een andere wereld die ons doet denken aan Christiania in Kopenhagen.

Het was koud door de noordoosten wind. In de kuip, beschut tegen de wind, keken we naar binnenvarende zeilschepen en de grote zee- en cruise-schepen die op het IJ, al dan niet gesleept, voorbij gleden.
Toen was er dat onverwachte telefoontje van collega Leo, die de dag ervoor een stukje met ons meevoer van Durgerdam naar de Marina in Amsterdam.
Hij zat te tafelen met een vriend die documentaires produceert en regisseert. Deze vriend had een vraag aan ons.....  “Of we mee wilden werken aan een eerste deel van een reis-documentaire van 10 afleveringen.”
Het zou gaan om een documentaire over een schrijver/filosoof die al liftend over de waterwegen van Europa, vanaf Amsterdam via Duitsland, Polen en Rusland naar Odessa aan de Zwarte zee reist. Onderweg heeft hij gesprekken met de mensen die hij tegenkomt of waarmee hij reist.
Hij is een bekende schrijver van romans en reisverhalen. De cameraman en geluidsman blijken later twee professionals te zijn die al jaren werken voor de publieke omroep.

Verrast en na wat overleg hebben we toegezegd dat Auke Hulst, de schrijver met filmploeg mee kon varen naar Stavoren.
Auke zou ons, als we in de Oranjesluizen lagen, vragen waar we naar toe gingen en bij het horen van Friesland vragen of hij mee mocht varen. Uiteraard doorgestoken kaart, want hij wist dat hij met ons mee kon. Wij veinsden als echte acteurs verwondering en verwarring voordat we toestemden. Alles voor de film. Dat er een tweede take gemaakt moest worden en wij voor de tweede maal verbaasd en verward moesten kijken, was omdat de cameraman tijdens het filmen onzacht met een lantaarnpaal in aanraking kwam, waardoor de opname niet werd wat het moest zijn.
Het scenario was ook wat haastig in scene gezet, want de sluisdeur aan de IJsselmeer-kant ging al heel snel open. Toen ook de cameraman en de geluidsman met al hun spullen aan boord waren gehesen, voeren we ijlings als laatste de sluis uit.
De gedachte dat er iemand is die filmt en dat er een geluidsman bij staat met een langharige Perzische poes op een lange uitschuif-stok moet de toekomstige kijker niet belasten. Het moet er immers op lijken dat we met slechts 4 man aan boord, wij twee, onze zoon Jeroen en Auke Hulst, de schrijver. Met de grootse zorg bleven de tassen met lenzen, de extra bagage van de filmcrew, buiten beeld. Dat zou het hele idee, van een arme, door Europa liftende, alleen-reizende schrijver  bederven.

Zo voeren we met de Nine Marit als filmset het IJsselmeer op.
De cameraman was gretig in het maken van opnames, waarbij hij het niet schuwde om eveneens als regisseur op te treden. De eigenlijke regisseuse is een volslanke Duitse. Zij achtte het zelf niet wenselijk om met haar rijke omvang de ruimte in het schip in beslag te nemen.

Zowel Jeroen als Nienke en ik werden alras aan een diepte-interview blootgesteld waarbij we vooral niet in de camera mochten kijken. Auke wist door zijn vragen een goed gesprek op gang te brengen, waarbij wij op onze beurt hem bevroegen over de achtergrond van en zijn motivatie om deze reis te willen maken.

Verrassend om op eigen schip mee te werken aan een documentaire die in het voorjaar 2016 op de zender Arte zal worden uitgezonden. Misschien dat de serie door de VPRO wordt aangekocht en uitgezonden, maar dat is nog niet zeker.
Ik denk dat de Pollardboys tegen die tijd in hun nopjes zullen zijn. Onderweg kregen we al vragen of het om een promotiefilm van ons nieuwe schip ging.

Ik ben erg benieuwd naar de beelden die tijdens de overtocht en de aankomst in Stavoren zijn gemaakt. Voor de show vroeg de cameraman of we even een stukje dwars op de golven wilden varen. Dat was leuk voor de film, niet voor ons. De cameraman duikelde met camera en statief bijna omver en de fles met kostelijke Beerenburg probeerde heen en weer rollend chaos te scheppen in het glazenkastje. In de keuken waar Nienke als catcher gestationeerd stond, wist zij de schade door een paar snelle grepen te beperken. Alles ging prima zolang we de golven op de kop hadden( windje BF 4 uit het noorden). Dwars op de korte golven van het IJsselmeer wordt het waggelen als een dronken fazant op Vlieland die zich te goed heeft gedaan aan gistende cranberry's.

Omdat Jeroen en ik uitgebreid de symptomen van zeeziekte met de crew hadden doorgenomen en hen verzekerden dat een groot deel van de klachten mede veroorzaakt wordt door angst en het verliezen van vaste grond onder je voeten, wist de crew zich gesterkt om een opkomende misselijkheid te onderdrukken.

De aankomst in de buitenhaven van Stavoren is spectaculair in beeld gebracht.
De man die de filmploeg en schrijver terug naar Amsterdam zou brengen was eveneens de cameraman die een drone bij zich had om de aankomst van de Nine Marit vanuit de lucht te filmen.
Na afmeren in de buitenhaven ging eerst de filmploeg van boord terwijl wij met Auke aan boord bleven. We voeren weer naar open water, tot even buiten de pieren en draaiden vervolgens weer om, opdat de drone onze ‘aankomst’ kon filmen. Het kostte me moeite om niet naar de drone te kijken die als een lastig insect de Nine Marit van boven bespiedde. Alles voor de film.
Van hier zou het volgende traject gefilmd moeten worden, maar niet nu. 4 draaidagen in Amsterdam en aan boord van ons schip is best vermoeiend.

We namen hartelijk afscheid van Auke, cameraman Deen, geluidsman Wouter en drone-expert Pieter en vertrokken voor de tweede maal uit Stavoren om onze reis naar Sneek voort te zetten….



zondag 10 mei 2015

Amsterdam Marina

                              Terwijl ik langs haar liep zag ik haar iets geels en hoorbaar knapperigs verorberen. Ze vroeg me of ik er ook een wil. Nu had ik net van de havenmeester een dropje uit de pot mogen pakken nadat ik betaald had voor een extra nacht. Drop en chips leek me niet een aantrekkelijke combinatie, dus ik weigerde beleefd. Terwijl ik doorliep bedacht ik dat de mensen die met mij het pontje hadden gebruikt misschien wel weer terug met dat pontje wilden. Rechtsomkeert kwam ik dezelfde vrouw weer tegen. Ze lachte vriendelijk en vroeg me of ik me bedacht had en hield me een zak voor waarin langwerpige gele stroken zaten, 'bananenchips' zei ze. Omdat de laatste resten drop reeds via mijn slokdarm een lagere verdieping hadden bereikt heb ik haar aanbod aangenomen. 
Het kraakte en smaakte licht naar banaan, maar om nou te zeggen 'oei,wat is dat lekker', nee,
 dat kreeg ik niet over mijn lippen. 
Haar man en haar kinderen die naast haar stonden, keken me verwachtingsvol aan, terwijl ze haastig een aantal bananenchips wegwerkten. Ik was stil en bleef stil, krampachtig zoekend naar passende woorden. De mensen die met mij de pont deelden, hebben me gered. Terwijl ze op de steiger naar me toe wandelden vertelden ze me spontaan waar ze de volgende dag naar toe zouden varen. Niet de Sixhaven maar de Amsterdam Marina zou hun doel zijn. Vroeger was de Sixhaven favoriet, maar de nieuwe haven zou beter zijn. Makkelijk afmeren tussen de palen en makkelijk wegvaren. De douches zijn uitgebreid met twee badkamers met een echt bad, waar je tot aan je kin in het schuim zittend over het IJ uitkijkt. Met een vriendelijk blik in de richting van het bananen-gezin, zette ik koers naar het pontje. De zeilers moesten nog even verder, ik vermoed het Café.
Eenmaal aan boord zag ik het gezin voorbij lopen naar hun schip dat verderop lag, de zeilers kwamen pas veel later langs. De reiger op de steiger die we stoorden tijdens het vissen en krassend als protest wegvloog stond even later roerloos op zijn oude plek, de kop naar voren in afwachting van een argeloze vis. 
Het contrast is groot, gisteren harde wind en regen, nu bladstil en stralend weer. 
Vers water in de tank, de accu's vol, de boiler heet en een wapperende vlag. We gaan varen.

Wat zie je toch wonderlijke bootnamen. Neem nou 'Deux dents plus'. Wat moet je daar nu van denken? 
Het schip, man en vrouw als bemanning, is achter ons een box in geschoven, de kont naar achteren en iets te snel, terwijl de vrouw op de steiger sprong en enigszins paniekerig het touw op de boeg trachtte te pakken, wat met de nodige acrobatische toeren lukte zonder in het IJ te donderen(dat laatste hoopten we stilletjes). Letterlijk vertaald zou je denken dat de boot 'Twee tanden meer' moet heten( al is dat geen goed Frans en waar is dit op gebaseerd)? Hadden hun hondjes, het waren er twee, een paar tanden te veel. Of heten hun hondjes allebei 'Tand'? Lastig als je één van de twee wil roepen en de ander niet. Of is het een tandarts die sinds zij de boot hebben, bijklust met het implanteren van kunsttanden om het havengeld te kunnen betalen. Een verzoek tot het implanteren van een tand of kies, wordt dan gevolgd door de vraag; 'mogen er nog twee tandjes meer bij'? Uiteraard met reductie. Of is het misschien een snelheidsmaniak die met zijn boot altijd harder wil en de motor bijzet om 'twee tandjes meer' te kunnen varen?
We zullen het niet weten tenzij ik de moed opbreng om naar ze toe te lopen en te vragen waar hun bootnaam vandaan komt, met het risico een klap voor mijn kop te krijgen als ik een van de bovenstaande mogelijkheden vermeld. 
Nienke vindt dat ik er maar naar toe moet gaan met de mededeling dat we niet kunnen slapen als we niet te horen krijgen wat hun bootnaam betekent. Ik dacht zo, ik slaap er een nachtje over. 

Ach, we liggen hier mooi in de Amsterdam Marina, mooi beschut achter de luxe zeilboten, water en stroom gratis en een ligbad in het douche-gebouw boven 'Loetje' met uitzicht op het IJ.  Overigens bij Loetje bakken ze de biefstuk in Blueband, Dat kreeg ik te horen uit betrouwbare bron( maar de ossenhaas is niet van een paard).

Amsterdam Marina 
P.S. Ik heb het gevraagd. Het komt uit de wielrennerij, een tandje meer, de boot is sneller dan de vorige en hij is tandarts.
Welterusten.

vrijdag 8 mei 2015

Onderweg naar Amsterdam

                           Op weg naar Amsterdam is het goed toeven in Durgerdam, een dorpje aan het IJ dicht bij het IJsselmeer. We vonden  een mooie plek in de haven op aanwijzingen van de havenmeester. Beschut tegen harde wind uit het westen. 

Eergisteren vertrokken we uit Steenwijk onder een zacht windje naar de IJsselmonding, op zoek naar de aanlegplek waar we vorig jaar ook hadden gelegen. Dichterbij komend ontdekten we dat de tonnenmeesters van Rijkswaterstaat  iets nieuws hadden bedacht, waardoor we een navigatie-probleem voorgeschoteld kregen. Om er te komen moesten we een lijn met ondiepteboeien passeren die er vorig jaar niet lag. Was het nu plotseling ondiep geworden ? En hadden we eigenlijk helemaal om moeten varen? Met één oog op de dieptemeter en één oog vooruit( ik heb nog een kwartier dubbel gezien) scharrelden we naar de ingang van de geul, waarbij we opnieuw verrast werden door een tweede rij ondiepteboeien die lagen waar we ze niet verwacht hadden. Uiteindelijk viel het mee, de ondiepteboeien hadden ze net zo goed weg kunnen laten, er was niets wezenlijk veranderd.

Een mooie plek. Bo huppelde met Nienke vrolijk langs het strandje, waar een groep Duitse jongeren, de opvarenden van de tweemast-klipper Avondrood, een kampvuur hadden aangestoken. Een driepoot boven het vuur droeg een metalen rooster waar ze bratwursten of iets dergelijks op roosterden. Toen we later samen, onder het licht van onze zaklampen, nogmaals langs kwamen, zaten ze genoeglijk bij het nagloeiende kampvuur. In het donker verstomden de vogelgeluiden en de honderden haften die ons achterdek als speelplaats hadden verkozen, trokken zich terug op het land om een dutje te doen. 

De volgende ochtend werd ik tijdens het uitlaten van Bo opgeschrikt door heftig geklapper op het water. Ik zag eerst niet wat het was totdat een koppel zwanen, net los van het water, achter de struiken langs het water tevoorschijn vloog. De wind was gaan liggen en met een aangename Beaufort 2 in de rug, voeren we richting IJsselmeer. Het Ketelmeer was vrijwel leeg. De vrachtvaart hield zich keurig aan de geul die voorgeprogrammerd staat in pc navigo. Langs de dijk naar Lelystad werd het allengs drukker. Achteroplopende schepen voeren ons met 15-16 km/uur voorbij. Wij vonden een gangetje van 12 km/uur prettig genoeg. Met de stuurautomaat aan konden we een aantal stukken naast elkaar op het voordek zitten. Het wijdse uitzicht over de grootste plas van Nederland doet ons goed en gedachten over de ervaringen van tochten die we met onze zeilboten maakten borrelden omhoog. 
De borrel in de vorm van een biertje in het Cafe van Durgerdam na aankomst smaakte ook goed, al waren de bitterballen die de serveerster ons aanried, niet wat we ons ervan voorstelden. Het waren er niet alleen maar 6, ze smaakten ook nog eens als lijmballen met een korstje van oud brood die te lang in oud frituurvet hebben liggen sputteren. 
Weer terug aan boord hebben we ons getroost met een glas rosé en een paar nootjes tegen de ergste honger. 

De nacht bracht een verrassing die ik achteraf niet erg op prijs stelde. Rond een uur of 6 kondigde zich een plasje aan dat geloosd wilde worden. We hebben niet voor een Frans bed gekozen, maar voor een grotere keuken, waardoor ons bed tegen de stuurboord zijde in het vooronder is gebouwd. Omdat ik een rechts-ligger ben en Nienke links naast we slaapt, moet er klimwerk verricht worden, als ik eruit wil en zij niet. De aangename gedachte om even bovenop haar te blijven liggen probeerde ik gezien het tijdstip te vermijden door op mijn knieën en gestrekte armen over haar heen te klimmen, een actie die me normaal gesproken goed afgaat. 
Slaapdronken, vergat ik om mijn hand als steun uit te steken naar de kastrand aan de overkant van het gangpadje, hetgeen resulteerde in een rolbeweging naar de bodem van het schip op het moment dat ik mijn rechterbeen naar beneden zwaaide. Onzacht kwam ik ruggelings neer op het bovenste deel van de rechter bilspier(de 'musculus gluteus maximus'voor ingewijden) in de buurt van het stuitje. Nienke was door mijn gekerm direct klaarwakker en kwam me snel te hulp. Een opeenvolging van sensaties waren mij deel; zweten, het koud krijgen en misselijkheid tot licht in het hoofd. 'Niets gebroken' dacht ik terwijl ik mezelf vervloekte. Gelukje bij een ongelukje, het had beroerder kunnen uitpakken. Zo leer je de afmetingen van bed en omgeving hardhandig kennen. Inmiddels loop ik rond met een blauwe kont waar de arnicazalf zijn best mag doen. 

Het waait als de pieten, koppen op de golven van het buiten-IJ waar we op uitkijken. 
Een enkele zeilboot waagt zich onder fok alleen naar buiten. De vrachtschepen trekken zich nergens wat van aan.
We liggen hier prima en blijven nog een dagje.
Durgerdam 9-5-2015