Die kras had een staartje. Nadat we de schade-plek ter grootte van een plakje ongebakken bratwürst met de meegebrachte verf hadden bewerkt, bleek de kleur niet de juiste te zijn. Veel te donker en zeker niet de kleur van ons schip. Uit frustratie zijn Jan Dirk, onze vriend van het schip waar we mee opvaren, en ik een zondebok gaan zoeken. De havenmeester bleek een uitstekend slachtoffer. Eerst begonnen we hem te melden dat de steigers verwaarloosd zijn en veel te scherpe ijzeren punten hebben. Dit onder het slaken van verwensingen in de vorm van het opnoemen van Nederlandse plaatsnamen met een hoog dondergehalte als Dordrecht, Beuningen, Deventer en Zuidhorn. Bij die laatste plaatsnaam trok de goede man bleek weg. Toen we hem ook nog eens aansprakelijk stelde voor het ontbreken van een bord bij de ingang van de haven met de mededeling dat er zuiging optreedt als een binnenvaartschip passeert, ging hij op zijn knieën en begon luid te snikken. Om nog wat zout in de wonden te smeren, vroeg ik hem wat er met de fiets van mijn vader was gebeurd aan het eind van de oorlog. Daarop stortte de man volledig in en vroeg ons of we misschien een biertje van het huis wilden. Na de nodige biertjes hebben we hem de gebreken van de haven vergeven en vrede gesloten en gezamenlijk een 'wiedergutmachungs-schnitzel'( de term is gejat van Jiskefet ) gegeten. De schnitzel was lekker en de Salat-beilage 'herzhaft und frisch'.
De nacht na de dag van de kras heb ik niet goed geslapen. Terugkerende beelden van steeds meer deuken en krassen in de romp van de Nine Marit bevolkten mijn onrustige dromen. Het ergste was dat ik het potje met de harder voor de verf niet open kon krijgen, hoe hard Jan Dirk en ik er later met z'n tweeën op los beukten.
Inmiddels varen we al weer op het Mittellandkanaal. De warme miezer-regen uit een grijze wolkendeken valt gestaag en we luisteren naar NDR 3 cultur, een Duitse klassieke zender. Nog 4 uur te gaan naar jachthaven Fallersleben even voor de Sülfeld sluis. Volgens een Duitse varensgast in Nienburg wordt het landschap na Brandenburg veel interessanter.
Het ene na het andere Nederlandse vrachtschip passeert ons naar het westen. Het lijkt er het meeste op dat ze ladingen met zand en grint vervoeren. Moet Nederland opgehoogd worden?
We zien ook grote jongens voorbijkomen met kolen of kolengruis en de enorme bergen met grijze steenresten doet me denken aan de winning van kalksteen dat verwerkt wordt tot cement.
Op het Mittellandkanaal mogen de vrachtschepen niet hoger zijn dan 5.75 meter.
De bruggen zijn de beperkende factor. Omdat er schepen zijn die met hun kajuit die afmeting-beperking te boven gaan, hebben de botenbouwers er het volgende op gevonden. De hele stuurhut kan in het schip zakken, zodat het lijkt alsof de schipper gebukt achter zijn stuurwiel door een smalle spleet net over de lading heenkijkt. Het schip buigt met zijn "boven het dek uitstekende stuurhut" voor de bruggen.
De sluis in Anderten heeft een vergelijkbare opzet als de sluis in Minden. We werden bijna 14 meter omhoog gestuwd. Achter in de sluis ging het met een collega sportboot-vaarder mis. Met de grootste moeite kon hij zijn schip bij de wal houden, motor in de vooruit en de boegschroef vol erbij. Alleen achter vastmaken in de sluis is niet handig. Heb ik eerder ook al eens gemerkt met ons zeilschip in de sluis bij Kornwerd. Toen hij ons even later voorbij voer kon er geen blik in onze richting af..... laat staan een groet. Uit schaamte?
We tuffen vrolijk door. Volgende week wordt het mooi weer (zeggen ze).
Geen opmerkingen:
Een reactie posten