woensdag 29 juni 2016

Een onderschept bericht over de schietoefeningen

Uit betrouwbare Duitse bron heb ik gisteren vernomen dat er bij de schietoefeningen voor de kust bij Fehmarn niet meer met scherp wordt geschoten. 
Vanuit het ministerie van Defensie en zelfs Angela Merkel, die zich er mee bemoeid heeft, is men uit bezuinigingsoverwegingen over gestapt op zachte munitie. Er is lang gezocht naar een voordelig alternatief. Na overleg met het Duitse voedsel-Ambt en de gemeenschappelijke supermarkten heeft men voor de volgende oplossing gekozen. 
Het materiaal moest vooral zacht zijn, maar ook niet te zacht en aan de buitenkant een zekere stevigheid hebben.  Een gladde buitenkant was ook wenselijk, zodat de zachte munitie goed door de kanonloop glijdt. Uiteindelijk heeft men gekozen voor 'over de verkoopdatum' Bratwürst van de juiste dikte. Een voordelige oplossing, waar de samenwerkende supermarkten graag aan meewerken sinds de verkoop van Bratwürst flink onder druk staat door de komst van de vele immigranten die geen varkensvlees mogen eten. 
Er was een probleem. De Bratwürsten zijn vaak krom en voor het ermee schieten niet ideaal. Daartoe is een nieuw beroep bij de Wehrmacht gecreëerd; de Ober-Bratwürst-Strecker, die de worsten de juiste strekking geeft voor een soepele doorgang door de lopen. 
De zachte munitie blijkt wonderwel geschikt. Men bereikt er flinke afstanden mee en zelfs een zekere nauwkeurigheid bij het schieten op een doel in zee. Frau Merkel heeft nog gesuggereerd of uit bezuinigingsoverwegingen een halve Bratwürst ook zou kunnen, maar dat bleek niet te werken. 

Helaas is er onlangs wel een ongeval geweest dat nu door het ministerie van defensie tot op de bodem wordt uitgezocht. Tijdens de schietoefeningen van afgelopen maandag de 27e juni is een Brit op een waterfiets getroffen die de waarschuwingslichten op de wal had genegeerd. Hij was vanuit de UK over gestoken naar het continent en enigszins afgedwaald. Teleurgesteld vanwege Brexit en van plan asiel in Duitsland aan te vragen. Gelukkig had hij zwembandjes rond de bovenarmen en werd gered door een toesnellende kanonneerboot van de Duitse Marine. Hij was hen ontglipt omdat de waterfiets van plastic was en niet op de radar te zien was. Dit ongeluk krijgt nog wel een staartje en wordt nu breed uitgemeten in de media. 
Aldus een onderschept bericht van de Duitse minister van Defensie. Onze minister van Defensie, Jeanine Hennis-Plasschaert en minister van Justitie, Aart van der Steur die hoopt op een opsteker voor zijn ministerie, zijn geïnteresseerd geraakt in de zachte munitie. Zij hebben inmiddels technische  informatie ingewonnen bij hun Duitse collegae. Zou er iets met ons overschot kaas te doen zijn?
Misschien is er voor de Nederlandse schietoefeningen iets vergelijkbaars mogelijk. Een commissie voor nader onderzoek wordt voorbereid als er voldoende geld voor beschikbaar is.....

dinsdag 28 juni 2016

De grens over, beschoten worden en nogmaals worst.

In frontlinie varen we de Duitse wateren binnen. We hebben gezelschap gekregen van de Jonge Theodoor, een Pikmeerkruiser. Vanuit Augustenborg voeren we naar de Flensburger fjord. In Langballigau, een piepklein overvol haventje meren we met moeite af aan een paar palen en een stukje steiger. Alle boxen waren bezet of te smal voor ons. De solo varende Theodoor vond een plek langszij door het vertrek van een groot zeiljacht. 
Het stukje zee dat we overstaken van Sønderborg naar Langballigau was recht tegen de wind in. Onze vrienden maten een windsnelheid van ongeveer 48 km per uur. Dat is omgerekend ruim Bf 6.
De golven waren goed te nemen en Nine Marit deed het prima. Lastig was dat het zoute water aanslag nalaat op de ruiten. De wissers maakten het alleen maar erger. Ruitensproeiers zouden een goede hulp zijn, als je over zee vaart met harde wind tegen en veel buiswater. 
Het gaat nu richting Wendtorf een haven aan het begin van het Kieler fjord.   
Na meerdere dagen regen en wind hebben we vandaag een mooi slap windje uit het zuid westen.
Schleimunde in zicht en nog 4 uurtjes te gaan. 
Een paar dagen geleden hebben we de cirkel rond Sjælland en Funen gesloten. In Dyvig kwamen we op de vertrouwde plek bij het mooie hotel. 
Het weer speelt een grillig spel met ons. Langer dan een dag of twee kunnen we niet overzien. Veel onstabiele depressies met regenfronten die ons telkens weer verrassen. 
Denemarken is ons goed bevallen. De afstanden over zee zijn goed te behappen. Meestal ben je met 3-4 uur varen in een volgende haven. De golven krijgen nauwelijks de tijd om hoog op te bouwen. Alleen in de smalle wateren tussen de eilanden kan het soms flink stromen. Afhankelijk van de wind is de stroom naar het zuiden of naar het noorden. Stroom tegen wind met huizenhoge golven zoals je dat kunt tegenkomen op de Elbe bij Cuxhaven zal hier tussen de eilanden niet vaak voorkomen. 
Varen met de golven op de kont gaat voortreffelijk en windkracht Bf 5-6 is dan geen probleem. Het zeewater is erg schoon. We hebben nauwelijks last van insecten gehad. Nu we naar het begin van Juli gaan merken we dat het drukker wordt in de havens. Veel Duitsers en Denen nemen vakantie. Eind augustus wordt het weer wat rustiger. Conclusie, mooi vaargebied maar wel rekening houden met de periode waarin.
Een goede plotter met een recente kaart en een (eventueel oude) papieren kaart is een must. Er zijn plekken waar de bodem verandert en de betonning is verlegd. 
We zijn in Wendtorf, een prachtig nieuwe haven met mooie steigers. Stroom en water gratis op de steiger. Een bezoek aan het toiletgebouw kost dan in eens 50 cent. Wel gek. 
We wachten een gunstig moment af om naar Fehmarn te varen om van daar uit naar Lubeck te varen.

De Duitse Wehrmacht en Marine hebben de gewoonte om dagelijks een beetje te schieten langs de kust van Wendtorf naar Fehmarn. En dat schijnen ze al heel lang, enthousiast te doen. De hele dag mag je daar niet in de buurt komen. Mocht je het toch doen, wordt je per kanonneerboot verwijderd als je hun marifoon oproep niet beantwoordt. Bovendien moet er dan gedokt worden voor nieuwe kogels en granaten. Ze schijnen ook wel eens mis te schieten. De veilige zone is zo ver op zee dat je beter kunt oversteken naar Denemarken. Laten we daar nu net geweest zijn. Het bier en de wijn zijn er niet te betalen en de worstjes, waar ik al eerder in een blog over berichtte beter geschikt om er gaten in de muur mee te vullen. Blijken er hier in de Edeka, de supermarkt bij de haven in de buurt, eveneens bakken vol met worsten te liggen. We liepen er snel aan voorbij. Na lang zoeken tussen voor-gemarineerde speklapjes vonden we eindelijk een fatsoenlijk biefstukje. Die gaat morgen in de pan. Een mooie basilicum-roomsaus erbij en flink wat knoflook, brood uit oven en een bak sla met tomaten. Kan ik eindelijk die wederkerende nachtmerrie over worsten loslaten. Als ik het woord worst laat vallen bij Nienke, begint ze spontaan te hyperventileren. Ik laat haar deze tekst dan ook maar niet lezen en pleur hem direct op het internet. Het is mooi geweest. Trouwens er bestaat in Duitsland wel eetbare worst, Bratwürst,  maar dan moet ie wel van de warme slager zijn. 
Nu maar eerst wachten tot ze ophouden met schieten, die Duitsers. Het schijnt dat ze over 2 dagen even ophouden. Kogels en granaten op.......


woensdag 22 juni 2016

Bruinvis, ook wel watervarken geheten



                          Een Deen maakte me er attent op. Het gebied waar we nu varen, het noorden van de kleine Belt, is een plek waar veel bruinvissen zouden huizen. Misschien is huizen niet het juiste woord voor een zeezoogdier. Net zomin als een bruinvis een vis is. In Denemarken hebben ze het over een  'hval'. Aanvankelijk dacht ik dat ze grienden bedoelden, maar dat was niet zo, ze waren veel kleiner.
Vlak bij Middelfart, is een Sund, een langgerekt stuk water, dat 80 meter diep is. Het is de Sund ten westen van Fænø dat naar het zuidoosten loopt. Daar zouden de bruinvissen op vis jagen.  In oude tijden werd er op de bruinvissen gejaagd door ze vanuit de Sund het doodlopend Gamborg-fjord in de drijven en daar af te slachten. Door al het bloed zouden de wallenkanten van het fjord rood gekleurd zijn. Een fabeltje, want de grond is er ijzerhoudend.  
Hoe men dat deed, de bruinvissen in het fjord drijven, ben ik niet te weten gekomen. Wat ik wel weet is dat de Denen op de Faröer eilanden nog steeds eenmaal per jaar een traditie hebben om walvissen een ondiepe plek in te drijven waar ze dan gevangen en afgeslacht worden. 
Voor ons is het leuk dat we zoveel van die bruinvissen om ons scheepje zien rond dartelen. Al moet ik zeggen dat ik ze vaak net te laat zie en daarom niet zie, wanneer Nienke zegt dat er weer een paar opduiken. 
We hebben de Nine Marit afgemeerd in Haderslev, een stadje aan een lange smalle fjord op Jutland. Het stadje waar de beroemde Xyachts worden gebouwd. 
De haven is naar mijn smaak verpest door voor een rij mooie oude huizen uit de Pruisische tijd, een aantal flats te bouwen. De mondaine boulevard, die men voor ogen had is het net niet geworden. De aanlegplekken ogen rommelig met alle schepen die met hun boegen naar de wal liggen afgemeerd. 
Het stadje zelf is op een heuvel gebouwd en heeft een paar mooie oude gedeelten. 
De Lidl is om de hoek van de haven. Chocolade en wijn zijn schrikbarend duur, levensmiddelen die we hard nodig hebben op deze lange queeste. We zullen het innemen drastisch moeten beperken tot we weer in Duitsland komen. De voorraad die we meenamen begint aardig te slinken. Dat valt niet mee voor ons als 'happy hour' verslaafden. Een toastje met haring in mosterdsaus, verzacht veel van ons leed, en een Tuborg-biertje in plaats van wijn is ook best lekker. 
Een ware ontdekking is het kippengehakt, waarvan we tot grote vreugde van Bo een deel  reserveren om door zijn droge brokken te doen. Hij staat te dansen en te kreunen als Nienke zijn bak met eten klaarmaakt.
Het kippengehakt is op allerlei manieren te verwerken. Als gehaktbal, door de pastasaus, in de gevulde paprika en zoals nu is gebleken als traktatie voor Bo. 
Het weer zit in het slop. Het slechte weer in West Europa trekt nu ook een beetje de Deense kant op. Onstabiel weer met een verwachting voor onweer. We varen,denk ik, kleine stukken door de kleine Belt, steeds uitzoekend wat de beste koers is in verband met wind en golven.
O ja,
een vraag; is er iemand die deze kant op wil komen om bleke worsten te eten? Onze vrienden hebben er nog een heel stel in de koeling liggen.......
De X-yachten werf in Haderlev


zondag 19 juni 2016

Worstjes

In de haven van Breining liggen we mooi beschut. De bossen op de hellingen aan de zuidzijde van de Vejlefjord geven een goede bescherming tegen de wind uit zuidwestelijke en zuidelijke richting. Grootouders en ouders gebruiken het weekend om met hun kleinkinderen of kinderen deze haven te bezoeken. Er zijn speelplekken en uitgebreide mogelijkheden om op meerdere plekken vleesjes en andere roosterbare ingrediënten te bereiden. Zelden zoveel 'grillpladsen' gezien als in Denemarken. De Zweden en de Noren kunnen er ook wat van, maar hier is het een instituut. Liefst evenzeer in gebruik als plek om je onstuimig met bier te bezatten. Naast de grillpladsen staan lage blokhutten waar je in kunt pitten( een gordijn houdt het licht tegen) of loungen na een overvloedig overgoten worst-maaltijd. Vaders en moeders, hele families lopen met bakken vol worsten naar de openbare  grillpladsen die overigens keurig schoon gehouden worden. 
Die worsten zijn een fenomeen. Iedere supermarkt heeft ze in alle soorten en maten. Bleke dunne, dikke bruine, met of zonder kruiden, kromme of rechte, gemarineerd of gepeperd . Sommige van die worsten zien er zo onappetijtelijk uit dat ze je doen denken aan bleke lichaamsdelen die meestal hangen. Pas aan de hitte van de grill blootgesteld lijkt het weer op iets eetbaars.

Uiteraard hebben we ze ook op onze Cobb toebereid. De smaak is niet altijd een succes. Vaak doet het denken aan het eten van een plastic vinger gevuld met iets meligs dat bovendien geen smaak heeft. Nu heb ik nog nooit een vinger gegeten en het idee er een te moeten eten spreekt me niet aan. Het botje in de vinger doet me al griezelen. 
Vreemd, dat ik dit soort gedachten niet heb bij het eten van een stuk rookworst bij de boerenkool. Misschien omdat hij dikker is dan de gemiddelde Deense worst? De Denen zijn gek op de 'Pølser', zoals ze in goed Deens wordt genoemd. Ik vraag me af hoe die traditie is ontstaan. Zijn de Vikingen er mee begonnen? Uit een neiging om de dunne darmen van hun slachtvee nuttig te vullen met pap? Pap met een smaakje, als aanvulling op het brood dat ze van hun zelf verbouwde en geoogste granen bakten? Ik snap dat je ze dan wel eerst moet roosteren op een vuurtje, die darmen gaan anders tussen je tanden zitten en flossen met Jordan zat er in die tijd nog niet in. 
De bleke betten-worsten laten we voorlopig aan ons voorbij gaan. Ik overweeg een paar rundvlees- en lams-spiesjes, een specialiteit van mijn zoon Ewout te maken, die we gegrild met zelfgemaakte sausjes zullen verorberen. 
Denemarken is vol verrassingen. Liggen we hier in de haven een beetje in het water te staren, duikt er zomaar een zeehond voor onze ogen op. Nieuwsgierig bekijkt hij/zij ons en onze boot of er misschien een visje of iets anders eetbaars is te halen. Het lijkt me een bedel-zeehond zoals we die ook al eens in Ditzum zagen. Er als de kippen bij als een visserman met verse vis afmeerde. 

De wind is nogal vlagerig en we hebben besloten rustiger weer af te wachten. Het is hier goed toeven, een prettige plek, een mooi bos tegen een steile helling, waar Bo, als een schicht, naar boven holt, gevolgd door zijn baasjes die het wat rustiger aan doen. Het is mooi in Denemarken....

vrijdag 17 juni 2016

Een poeslief Kattegat.

Terwijl ik  mijn blik over het water laat glijden zie ik alleen maar water en lucht.
Heel in de verte achter ons is er nog wat van de kust te zien. Het spannendste stuk door een smalle doorgang van een rif dat ver in zee steekt hebben we zonder problemen achter ons gelaten. De zee is plat als een vloerkleed, een vloerkleed met een ribbeltjes-patroon dat voortdurend in beweging is. Ver boven het land zien we een donkere wolk waar regen uit valt. Er is nauwelijks wind. Ons geuzenvlaggetje wappert recht naar achteren door de snelheid van ons schip. Beter hadden we het met dit stille weer niet kunnen treffen. 
Af en toe worden we zachtjes schommelend heen en weer geslingerd door de opgeworpen golven van een ver verwijderd groot schip. De lucht bevat alle kleuren van licht- naar donkerblauw-grijs,terwijl de zee een palet toont dat meer naar het paars neigt. Het water is glashelder en oogt heel schoon. In ons kielzog is nauwelijks schuim te zien. Het Kattegat is een immens groot stuk water waar we in het zuidelijke deel meerdere malen vergezeld worden door bruinvissen. Mooie gladde bruin-zwarte lijven die elegant door het wateroppervlak dansen. Vaak in groepjes van 2 of als eenling. In de verte zien we langzaam het eiland Samsø opdoemen dat we deze keer niet zullen aandoen. 
Varen op zee is anders. Het vergt meer vooruit denken en het weer is van doorslaggevend belang  om de beslissing te nemen de haven te verlaten voor een grotere oversteek. Daarmee rekening houdend is het een fantastische ervaring. Hoppend van eiland naar eiland van kust naar kust. Het wijdse, de geuren van de zee, de steeds wisselende kleuren en de bewegingen van het schip op de deining en de golven. Dat alles met een gevoel van spanning en ontzag voor het onvoorspelbare van het grote water. 
Achterop komend worden we ingehaald door snelle veerboten die ons met 39 knopen voorbij stuiven. Op afstand lijken ze grote bekken te hebben door de weerspiegeling van hun donkere boeg in het water. 
Als ex-zeilers zien we met een heel klein beetje leedvermaak dat de zeilboten nu even niets aan hun zeil hebben. Zoals wij vroeger dachten dat we onder zeil lekker zuinig voeren ten opzichte van al die motorboten die ons in Noorwegen voorbij stoven. 
In verband met de te verwachten overwegende westenwinden varen we naar de hoge wal van Jutland. Op onze reis langs de de kust van Sjælland hadden we  de wind  met name uit het oost- noordoosten of zuidoosten . 
In ruim 7 uren varen we van Odden op Sjælland naar 'Hou' op Jutland. Hou is een voormalig vissersplaatsje waar we aan de kade een plek vinden voor onze 12 meter lange schepen. De breedte van de boxen in de haven zijn vaak te gering, al krijg ik de indruk dat er wel steeds meer havens zijn waar ze een aantal boxen breder maken. 
Vanuit Hou varen we in zuidelijke richting naar de Vejlefjord. We zijn duidelijk in meer beschut water terechtgekomen. Vis-vlaggen die in één lijn liggen en de netten op grotere diepte markeren kruisen we omzichtig. Af en toe steken we een stukje af, door over ondieptes te varen die volgens de kaart nog altijd 2 meter zouden moeten bedragen. Markeringen van grote stenen, cobles, vermijden we. 
Het Vejlefjord zou een van de mooiste fjorden van Denemarken zijn. 
De noord oever begint al heel fraai met een steile kust deels bebost en met talloze strandjes. De zuid kust kunnen we niet goed zien omdat de ingang van het fjord meerdere zeemijlen breed is. We varen een grote trechter in, het noordoosten-windje op de kont. Voorlopig reisdoel is Brejning, een vrij nieuwe haven halverwege het fjord aan de zuidoever. 

maandag 13 juni 2016

Om de noord van Sjælland

                                
                             
Helsingør kasteel

Met een lekker windje op de kont stuiven we langs de noordkust van Sjaelland richting Hundested. 
Helsingør met zijn fraaie kasteel laten we achter ons.
Helsingør, een plek om nog eens  naar terug te keren. Een schitterend maritiem museum door een Deen ontworpen die er de Mies van der Rohe prijs  in 2015 voor ontving. 
Varen door het Kattegat is voor motorbootvaarders spannend. We hebben dan ook de weerberichten gespeld en de gribfiles over een aantal dagen aan een minutieus onderzoek bloot gesteld. De kust laat zien dat de noordwestelijke winden er stevig kunnen huishouden. Overal afgekalfde stukken kust, ditmaal geen kalk maar zandgrond. Wat als voordeel heeft dat er talloze mooie zandstranden zijn. Op de plekken waar huizen staan, heeft men kunstmatig de waterlijn met grote stenen opgehoogd om verder afkalven te voorkomen. Je wilt niet dat je kostbare huis boven op de klif eerdaags onder op het strand ligt. Kun je wel 's morgens direct vanuit je bed in de zee pootjebaden, maar alleen als je bed en de rest van het huis de val van de klif heeft overleeft, wat me zeer onwaarschijnlijk lijkt.
Om twee dagen slecht weer af te wachten duiken we het Roskilde fjord in. Het zou een mooi fjord zijn al ligt het bezaaid met grotere en zeer grote stenen net onder de water-oppervlakte. 
Vanochtend hoorde ik dat een zeilschip een paar meter buiten de betonning was vastgelopen. De havenmeester vertelde dat er al een reddingboot onderweg was. 
Roskilde was vroeger, en dan heb ik het over het tijdperk tussen 850 tot 1150 na Chr., een gebied waar zich veel Vikingen hebben gevestigd. Anders dan men zou denken was het merendeel van de Vikingen een vreedzaam volk dat voornamelijk uit boeren en vissers bestond. Slechts een klein percentage van dit volk was berucht om hun rooftochten waarbij ze zelfs tot in Constantinopel en Noord Amerika kwamen. In Nederland kwamen de Vikingen of de "Noormannen" zoals ze ook wel genoemd werden tot in Culemborg,waar ze volgens de geschiedschrijvers nogal huishielden op een niet al te prettige manier. Huis en haard, vrouwen en kinderen, man en paard werden niet gespaard. 
Vanuit Frederikswærf, het prettige kleine haventje waar we nu liggen vanwege de stevige wind, ging ik vandaag per openbaar vervoer naar Roskilde. Het was een lange zit per trein en per bus. Heen en terug was het met elkaar bijna 5 uur reizen. Met ons schip zouden we 8 uur kwijt geweest
zijn. 
Het openbaar is goed geregeld, de treinen en bussen ogen nieuw en goed onderhouden. Mooier is dat ze ook precies op tijd rijden. Altijd weer leuk om de mensen te bekijken en proberen in te schatten wat ze in het dagelijks leven doen. Het knulletje en het meisje met lang haar van denk ik, niet ouder dan 12-13 jaar, beide met een rugzak stappen in de bus. Ze hebben het hoogste woord en lijken elkaars woorden op te zuigen als was het Italiaans ijsje. De schooldag zit erop en nu gaan ze naar huis. Zo jong en al zo zelfstandig, op weg naar een onzekere toekomst. 
Bij de bushalte zit een ouder echtpaar. Ze houden elkaars hand vast en spreken met elkaar in het Frans, een pubermeisje staat er naast en babbelt vrolijk mee. Ze waren ook naar het Viking-museum geweest en gingen nu terug naar hun hotel. Haar zwartgeverfde haar en ringen door neus en oren, contrasteerde nogal met de gedateerde gewone kleding van,naar ik vermoed, haar grootouders. De opa, zijn witte haardos uitwaaierend onder een witte pet moest een en ander duidelijk maken en onderstreepte dat heftig gebarend met zijn vrije hand. Oma glimlachte en was helemaal verrukt toen hij even later zachtjes voor haar begon te zingen. De kleindochter draaide zich demonstratief om als vond ze het gênant. Gelukkig bij oma geen spoor van gêne. 

Roskilde was aardig, maar qua stad vond ik het minder aansprekend dan Helsingør. De kerk, de kathedraal, is een pompeus groot geval van grote bakstenen met een toren waarbij je nekspieren verkrampen als je hem helemaal tot aan de spits wilt bekijken. 60 kronen betalen om de kerk van binnen te bekijken had ik er niet voor over. Ik dacht dat godshuizen meestal gratis zijn. Misschien is het pragmatisme de religieuze functie de baas geworden. Onderhoud van zo'n tempel kost veel geld en de aantallen gelovigen die het behoud ervan willen of kunnen ondersteunen worden steeds geringer. 
We wachten op rustig weer, 
Ons scheepje ligt ongeduldig te schommelen, evenals zijn opvarenden die weer varen willen. 


woensdag 8 juni 2016

Nyord en een hobbelige oversteek naar Dragør


Nyord

Het dorpje Nyord ligt op een piepklein eilandje noordwestelijk van Møn. Onze springplank naar Kopenhagen. Met de stevige oostenwind liggen we hier een paar dagen verwaaid. De zee van de Faksebugt is een onaangenaam stuk water, dat aan lagerwal de golven hoog opzweept bij oostenwind. Omdat wij een flink stuk naar het noorden moeten varen, is een koers met hoge zijdelings inkomende golven zeer onaangenaam voor bemanning en motorboot.

Er zitten twee oudere heren op het bankje, een tafel voor zich, een spaniël er bovenop. 
De oude man van de spaniël begint in het Deens te vertellen. Deens klinkt in mijn oren alsof je  een ernstige ziekte in je strottenhoofd hebt, laat staan dat ik er iets van begrijp. Gelukkig vertaalt de andere man, die eruit ziet als Picasso, alles in het Engels.
Terwijl de hond me nieuwsgierig besnuffelt, hij ruikt waarschijnlijk onze Bo, vertelt de eilander dat hij vroeger machinist op olietankers was en de wateren rond het eiland goed kent. Van oudsher woonden hier veel loodsen. Op de helling achter het dorp staat een loodshuisje ter nagedachtenis aan het beroep van loods dat hier al in de 16 e eeuw werd uitgeoefend. Destijds een particulier beroep.Toen de heren loodsen steeds meer en teveel geld vroegen voor hun diensten, heeft de Deense koning er een staatsdienst van gemaakt en betaalden de schepen voortaan een vast bedrag. 
In één adem door vertelt hij dat hij een vakantiehuisje te huur heeft en of ik dat wil bekijken. Ik mompel wat, van mijn stuk gebracht, omdat ik de context even mis. Misschien zit ik nog wel vast aan een bezichtiging van een huisje waar ik geen belangstelling voor heb. 
 Nyord is een schilderachtig dorp waar met name oudere mensen wonen. De huizen zijn bedekt met rieten daken en stro op de nok dat bijeengehouden wordt door houten kruislings geplaatste latten. De tuinen staan vol met bloemen en planten. Klaprozen etaleren hun felrode tere bloembladen in het heldere licht van de zon. Het eiland is eigenlijk niet meer dan een bult met daaraan vast een uitgestrekt kweldergebied. Een vogelparadijs voor trekvogels en blijvertjes.
 
De wind doet het schuim tegen het havenhoofd en de dam aan de oostkant opwaaien waardoor het lijkt alsof het sneeuwt bij onze achterburen.
Toen we in 2005 met de Friendship in Denemarken waren kregen we de indruk dat de Denen nogal bot waren en niet erg vriendelijk naar buitenlanders. Daar is nu geen sprake van, we worden allervriendelijkst bejegend, en men is zeer behulpzaam bij het vinden van een plekje in de haven voor ons, in hun ogen, groot schip. We krijgen veel complimenten over onze Pollard, al denkt men vaak dat het een boot voor hoge snelheden is met een motor van misschien wel 300 Pk. 
'Picasso' blijft met zijn zeilschip voorlopig in de haven liggen. Het waait hem te hard om in zijn eentje verder te zeilen. De beide mannen hebben inmiddels vriendschap gesloten en zitten regelmatig op het bankje met uitzicht over de zee en de haven. Het leven wordt al pratend ontleed.

Op deze plek merk ik wederom dat de aanvankelijke onrust om verder te willen, varen plaats maakt voor een meer beschouwende houding. Het eiland en het trage bestaan van zijn bewoners nodigen uit tot beter kijken en berusten in het onvermijdelijke. De weersomstandigheden laten ons pas op de plaats maken. Wachten tot de golven hun schuimkoppen erbij neerleggen.
Ik zeg het nogmaals, ' een geduldig schipper heeft altijd mooi weer'.

3 dagen en nachten op Nyord, het was mooi, de ongerepte kwelders, de verhogingen in het landschap, de vogels en de turkooise ondiepe zee, de geuren en de bloemen, het was een groot feest. Op onze fietsjes reden we in een dik uur naar Stege om een paar boodschappen te doen. Onderweg kregen we spontaan geschiedenisles van een automobilist die ons op een grindpad achterop kwam rijden. Daar waar we de heuvel waren op gefietst, was vroeger een stenen-fabriek.
Tot de jaren 50 van de vorige eeuw nog in gebruik. Men had een dam in de ondiepe zee aangelegd om de schepen met de stenen te kunnen bevrachten. Op de heuvel staan rond de voormalige fabriek arbeidershuisjes die nu dienst als vakantiewoning. 
Het uitzicht over de baai is grandioos. Op de terugtocht over de weg aan de oostkant van Møn naar Nyord wanen we ons aan de Middellandse zee. Helder blauw water en pijnbomen in groepjes. Het eiland Møn staat bekend om zijn kalkrotsen aan de oostkant. Komend van het Oosten zijn ze al van verre te zien. Een paar jaar geleden is een groot stuk van de rotswand afgekalfd waardoor er weer veel interessante fossielen worden gevonden. 
Met enige moeite namen we afscheid van Nyord,maar waren ook wat gespannen voor de oversteek naar Kopenhagen, een tocht van bijna 9 uur over open zee door de Faxebucht. 
De wind kwam steeds uit het oosten en op de dag van vertrek zou hij een dag naar het westen en noordwesten draaien. Leek ons een prima idee om die weersverwachting te gebruiken voor de oversteek. Het werd een hobbelig tochtje  met meer wind dan was voorspeld. We probeerden de tocht te veraangenamen met muziek en een zigzagkoers om de golven zo gunstig mogelijk te berijden. 
De nacht ervoor niet goed geslapen en toch wel behoorlijk geschud tijdens de oversteek kozen we na wat twijfel over welke haven we zouden aanlopen,voor Dragør, een haven een paar kilometer ten zuiden van Kopenhagen.
Laat dat nou een plek zijn waar zich in de 18 e eeuw Nederlandse boeren hebben gevestigd. Okergele huisjes met rieten daken domineren het authentieke dorpje. Ik dacht, ik begin gewoon in het Nederlands bij de slager, maar dat lukte niet. In het Engels lukte het direct.  Net als in Noorwegen en in Zweden spreekt iedereen wel Engels, waarbij de jongeren dat het beste doen. 
De wind zit in het noorden en zou morgen weer naar het oosten draaien, een rustig windje volgens de gribfiles. Inmiddels leer ik die gribbels te wantrouwen, in werkelijkheid is de wind vaak een graadje winderiger. 
Eerst nu maar weer lekker, dus zonder vooruit-denksels, het bed koesteren.
Welterusten.....

zaterdag 4 juni 2016

Eilandje hoppen in de zon

Fjellebroen, Omø en Femø.
Ons scheepje doet het prima. Zacht snorrend nemen we de golven die schuin van voren op ons af komen. Een windje Bf 4- 5 en golven van 1/2 tot 1 meter neemt ze als was ze een volleerd cross- country paard. Opvallend is dat je in de buurt van de salondeuren naar de kuip het beste zit. Daar zit je precies in het draaipunt van het schip over haar lengteas. Ook merken we dat het stoten op de golven achter prettiger aanvoelt als vóór  in het schip. 
De golven in de Deense wateren zijn korter dan op de Noordzee, en wat langer dan op het IJsselmeer. De diepte varieert nogal en valt meestal tussen 20 meter en 5 meter. Precies navigeren steekt op sommige plekken erg nauw. De kaarten van NV Verlag zijn heel duidelijk, zeker als je ze combineert met de digitale kaarten op je plotter of boordcomputer. Bij het navigeren hebben we altijd een plan B en soms ook een plan C. Als blijkt dat de gekozen koers niet prettig is kunnen we terugvallen op een plan B koers. Grappig om te merken dat we nu vaak kiezen voor een koers met de wind op de kop of van achteren, terwijl we met ons zeilschip hem het liefste van opzij of schuin van achteren hadden. We komen zo op plekken die met een zeilschip veel lastiger te bereiken zijn. 
Een ander aspect wat we ons nooit hadden gerealiseerd is dat we veel meer zien en veel meer op de omgeving letten. Tijdens het zeilen ben je vooral bezig met de stand van de zeilen, de wind en de navigatie. Alleen op de lange stukken konden we tijdens het zeilen de aandacht wat  spreiden. We hebben de afspraak om op de lange afstanden afwisselend een uur te sturen en een uur vrij te zijn, een tip van de bemanning van de Onbekommerd, een tweetal dat al jaren de Oostzee bevaart met hun Valkvlet.
We waren in 2005 met de Friendship in Denemarken. Door tijdsgebrek, zijn we niet verder gekomen dan Arø in de kleine Belt. Op de terugweg naar Nederland moesten we de boot in Rendsburg laten liggen vanwege het slechte weer in de Duitse bocht. Een paar jaar later bezochten we Kopenhagen en het oostelijk deel van de Oostzee met de Hutting. Een groot deel van Denemarken is ons nog onbekend. En wat we nu meemaken smaakt naar meer. 
Het weer zit mee en we genieten van de schitterende eilanden waar we tussendoor varen. 
In Fjellebroen is niet veel te beleven, maar het haventje ligt prachtig beschut tegen de oostenwind. 

Op Omö worden we vergast op een toneelstukje paniek. Een oude wit geverfde houten kotter zonder mast komt de haven in geschoven en meert gehaast af op de vissers kade. De schipper springt van boord en koppelt de stroomkabel aan het stopcontact aan de wal. 
Voor stroom moet er eerst een een speciale kaart bij het havenkantoor gekocht worden. 
Nadat de schippersvrouw  meerdere malen haar creditcard in de stroompaal had gestoken en er niets gebeurde wist een lokale visser haar duidelijk te maken wat ze moest doen. Pas later hoorden we dat het motorruim vol met water stond en dat de generator, die de pomp van stroom moest voorzien, kapot was. Na het aansluiten van de walstroom spoot er een later een dikke straal water opzij het schip uit. De motor van de kotter was van een verdrinkingsdood gered. 
Het witte vloerkleed-hondje aan boord kwispelde vrolijk, zich niet bewust van de afgelopen reddingsoperatie. De schipper met witte strohoed en tatoeages op zijn schouders en zijn Katja Schuurmans lookalike vriendin zien we later genieten van een biertje op het terras. 
Eind goed, al goed.
Zo hoppen we van eiland naar eiland. Als ik dit schrijf liggen we op Femø. Het zou een van de mooiste eilanden in het Smålandsvarwasser zijn.
We hoorden dat het noodweer is geweest in Nederland. Ook Frankrijk en Duitsland kregen hun portie. 
Wíj lijken wel in de Middellandse zee te varen. Een zonovergoten zee met weinig tot geen wind. 
We houden er rekening mee dat het weer kan omslaan, zodat we tussen de eiland kunnen schuilen.Voorlopig lijkt het goed.

Naast de boerderij een privé vliegtuig