Heel in de verte achter ons is er nog wat van de kust te zien. Het spannendste stuk door een smalle doorgang van een rif dat ver in zee steekt hebben we zonder problemen achter ons gelaten. De zee is plat als een vloerkleed, een vloerkleed met een ribbeltjes-patroon dat voortdurend in beweging is. Ver boven het land zien we een donkere wolk waar regen uit valt. Er is nauwelijks wind. Ons geuzenvlaggetje wappert recht naar achteren door de snelheid van ons schip. Beter hadden we het met dit stille weer niet kunnen treffen.
Af en toe worden we zachtjes schommelend heen en weer geslingerd door de opgeworpen golven van een ver verwijderd groot schip. De lucht bevat alle kleuren van licht- naar donkerblauw-grijs,terwijl de zee een palet toont dat meer naar het paars neigt. Het water is glashelder en oogt heel schoon. In ons kielzog is nauwelijks schuim te zien. Het Kattegat is een immens groot stuk water waar we in het zuidelijke deel meerdere malen vergezeld worden door bruinvissen. Mooie gladde bruin-zwarte lijven die elegant door het wateroppervlak dansen. Vaak in groepjes van 2 of als eenling. In de verte zien we langzaam het eiland Samsø opdoemen dat we deze keer niet zullen aandoen.
Varen op zee is anders. Het vergt meer vooruit denken en het weer is van doorslaggevend belang om de beslissing te nemen de haven te verlaten voor een grotere oversteek. Daarmee rekening houdend is het een fantastische ervaring. Hoppend van eiland naar eiland van kust naar kust. Het wijdse, de geuren van de zee, de steeds wisselende kleuren en de bewegingen van het schip op de deining en de golven. Dat alles met een gevoel van spanning en ontzag voor het onvoorspelbare van het grote water.
Achterop komend worden we ingehaald door snelle veerboten die ons met 39 knopen voorbij stuiven. Op afstand lijken ze grote bekken te hebben door de weerspiegeling van hun donkere boeg in het water.
Als ex-zeilers zien we met een heel klein beetje leedvermaak dat de zeilboten nu even niets aan hun zeil hebben. Zoals wij vroeger dachten dat we onder zeil lekker zuinig voeren ten opzichte van al die motorboten die ons in Noorwegen voorbij stoven.
In verband met de te verwachten overwegende westenwinden varen we naar de hoge wal van Jutland. Op onze reis langs de de kust van Sjælland hadden we de wind met name uit het oost- noordoosten of zuidoosten .
In ruim 7 uren varen we van Odden op Sjælland naar 'Hou' op Jutland. Hou is een voormalig vissersplaatsje waar we aan de kade een plek vinden voor onze 12 meter lange schepen. De breedte van de boxen in de haven zijn vaak te gering, al krijg ik de indruk dat er wel steeds meer havens zijn waar ze een aantal boxen breder maken.
Vanuit Hou varen we in zuidelijke richting naar de Vejlefjord. We zijn duidelijk in meer beschut water terechtgekomen. Vis-vlaggen die in één lijn liggen en de netten op grotere diepte markeren kruisen we omzichtig. Af en toe steken we een stukje af, door over ondieptes te varen die volgens de kaart nog altijd 2 meter zouden moeten bedragen. Markeringen van grote stenen, cobles, vermijden we.
Het Vejlefjord zou een van de mooiste fjorden van Denemarken zijn.
De noord oever begint al heel fraai met een steile kust deels bebost en met talloze strandjes. De zuid kust kunnen we niet goed zien omdat de ingang van het fjord meerdere zeemijlen breed is. We varen een grote trechter in, het noordoosten-windje op de kont. Voorlopig reisdoel is Brejning, een vrij nieuwe haven halverwege het fjord aan de zuidoever.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten