Hij is 78 jaar. Ziet er jonger uit, een rond gezicht en een rond buikje. Altijd gevaren op zee, en nu al weer bijna 20 jaar gepensioneerd.
Argeloos vraag ik hem wat hij in zijn leven voor werk heeft gedaan.
Dat heb ik geweten. Hij is meer dan een uur aan het woord en weet niet van ophouden.
Eindelijk iemand, ik dus, die luistert. Mijn onderbrekingen en pogingen om het gesprek over te nemen, mislukken keer op keer. Langzamerhand zakt de moed in mijn schoenen en voeten, die al behoorlijk koud beginnen te worden. Op het terras van de yachtclub van Surwold, dat meer weg heeft van een schuur dan van een gelegenheid ter aangename verpozing voor gestresste motorboot-vaarders, zit ik aanvankelijk ook met de havenmeester aan de tafel met de man die ons lijntje bij de steiger aanpakte. Toen zijn biertje op was de havenmeester snel verdwenen. Zeker omdat hij het helemaal mis bleek te hebben met een veronderstelde waterweg door zuid-Denemarken naar de Noordzee. Misschien was hij in verwarring met het Noord-Oostzee kanaal, maar die ligt toch echt in Duitsland.
De 78 jarige had een verhaal, een lang verhaal, zijn levensverhaal. En ik luisterde.
Als schoonmaker begonnen op een vrachtschip dat over de wereld zwierf, klom hij steeds verder op. Hij zei onderweg in al zijn bezigheden veel geleerd te hebben. Op mijn opmerking dat hij een man van de praktijk was, antwoordde hij bevestigend. Ik vroeg hem of hij niet liever ingenieur was geworden. Voor studie was geen geld. Hij was geboren in een dorp en ze waren bepaald niet rijk. Voor een hogere opleiding moest vroeger betaald worden. Hij heeft meerdere technische beroepen gehad, steeds opklimmend naar een hoger plan.
Vol trots beschreef hij de reactie van een ingenieur die hem prees over zijn werk aan een stookketel in een groot passagierschip waar hij 8 jaar op voer als hulp-machinist. Ik heb niet alles begrepen van wat hij vertelde over de techniek. Hij vond het nodig om me precies uit te leggen hoe de pijpen en buizen liepen en op elkaar aangesloten moesten worden. De uitleg over een reparatie van een lekkend compressievat, deed zijn oogjes glimmen. Hij genoot.
Zijn grote handen, nu, jaren later, zonder de eeltplekken van een harde werker, gebaren rusteloos. Twee vingernagels zijn misvormd, een erfenis van een minder geslaagde handeling tijdens zijn werkzaamheden. Hij kijkt me nauwelijks aan en lijkt in een andere wereld, zijn oude werkzame wereld.
Op het moment dat hij me over stookolie en het bunkeren daarvan wilde onderwijzen, zag ik mijn kans schoon hem in zijn woordenstroom te onderbreken. Ik vroeg hem waar hij zijn diesel voor zijn schip haalt. Dat bleek een minder geslaagde vraag. Hij haalt het bij de gewone 'tankstelle'. Met kanisters, tankjes.
En dat is nou net niet iets waar ik niet veel trek in heb. Schouwen met tankjes diesel voor je bootje.
Met de smoes dat mijn vrouw niet weet waar ik blijf, neem ik afscheid van hem en bedank hem voor zijn levensverhaal, waarop hij me vriendelijk een 'Bis morgen, dann sehen wir uns wieder' toewenst.
Leuk verhaal, Rob. Uit je vorige blog begrepen wij dat jullie binnendoor naar Cuxhaven gaan. Heel verstandig. Het weer is niet stabiel genoeg om buiten om te gaan. Wij zitten inmiddels in Bilbao in een hotel aan de rivier en kijken naar de roeiers in en de hardlopers langs de rivier. Het is bewolkt en een beetje regenachtig maar de Rioja en de tapas smaken er niet minder om. Heb zojuist in het vliegtuig Hendrik Groen 2 uitgelezen. Heerlijk boek. Morgen Guggenheim museum, hier schuin tegenover, bezoeken. En dan over 10 dagen naar Augustenborg. Hopelijk zien we elkaar nog. Lieve groeten voor jullie 2, Aatjes
BeantwoordenVerwijderen